geschenkidee: ‘duofoto’ met stappenplan

te gebruiken bij:

muzische opvoeding

materiaal:

plastieken, witte hoeklatjes (gamma)
plankje
twee foto’s
lijmpistool
lijmstift, schaar, meetlat, potlood
figuurzaag of ijzerzaag
stappenplan

tijdsduur:

50 minuten

werkwijze:

Zaag de plastieken hoeklat in stukken, allemaal even groot (tussen 15 en 20 cm). Je hebt er ongeveer 10 nodig. Schuur de zaagkanten fijn met schuurpapier.
Kies twee leuke foto’s, liggend formaat. Knip deze foto’s in stukken, evenveel als het aantal hoeklatjes. Je zal soms je foto eerst moeten vergroten of verkleinen om de juiste grote te hebben. Kleef de stukjes van de eerste foto op de linkerzijde van de hoeklatjes, de stukjes van de tweede foto op de rechterzijde van de hoeklatjes. Kleef de hoeklatjes op een plankje. Let op dat je ze in de juiste volgorde lijmt. Gebruik hiervoor een lijmpistool.
Kijk je vanuit de linkerhoek naar je plankje zie je de eerste foto, vanuit de rechterhoek zie je de tweede foto. Leuk als cadeau bij vaderdag of moederdag.
Stappenplan duofoto

DSC_0171

Advertenties

Actieve werkvorm: één werkblad te weinig

te gebruiken bij:

taalschat, Frans woordenschat, …

materiaal:

Werkbladen met opdrachten (één minder dan er groepen zijn) (zie bijlage)
Kaartjes met oplossingen (voor elke groep een andere kleur) (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes (3 à 4 kinderen per groep). Elk groepje krijgt gekleurde kaartjes waarop de oplossing van een opdracht staat. Ieder groepje heeft dezelfde kaartjes maar in een andere kleur. Alle groepjes gaan naar een grote ruimte (turnzaal, eetzaal). Daar krijgt elke groep een plaats toegewezen aan één kant van de ruimte. Aan de andere kant van de ruimte staan borden van piepschuim, één bord minder dan er groepen zijn (voorbeeld: 6 groepen, 5 borden). Op deze borden hangen de werkblaadjes met de opdrachten.
Op het signaal van de leerkracht loopt één leerling van elke groep met een kaartje naar de borden.  De leerling prikt het kaartje met een speld bij de juiste oplossing en loopt terug om de volgende leerling aan te tikken. Deze neemt op zijn beurt een kaartje en loopt naar het bord.
Na een tijdje zijn sommige opdrachten allemaal reeds opgelost. Aangezien er één bord met opdrachten minder is, kan één groep zijn oplossing niet op het bord hangen. Als alle opdrachten zijn opgelost, stopt het spel.
De opdrachten worden gezamenlijk bekeken. De kaartjes die op de foute plaats hangen, worden verwijderd. Daarna worden de gekleurde kaartje van elke groep geteld. De groep die de meeste juiste kaartjes op de werkbladen had geprikt, is de winnaar.

differentiatie:

  • Geef meer kaartjes met oplossingen die niet nodig zijn. (vb: 20 opdrachten en 30 kaartjes)
  • Eerst lopen naar de borden, een opdracht kiezen, kaartje met oplossing halen en teruglopen naar het bord om het op te prikken.

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 2

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 3

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 1

taalschat thema 5 één werkblad te weinig oplossing 1

taalschat thema 5 één werkblad te weinig oplossing 2

59586616-kleurrijke-silhouetten-van-kinderen-lopen

werkvorm: ‘zing eens een liedje’

te gebruiken bij:

spelling, rekenen, W.O., …

materiaal:

strookjes met de woorden van 4 bekende kinderliedjes (zie bijlage)

tijdsduur:

25 minuten

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes van twee, drie of vier kinderen. De leerkracht overloopt kort de oefeningen die door de lln moeten worden opgelost. Kies voor meer dan 6 oefeningen. Vooraan in de klas staat een grote doos met kaartjes. Op elk kaartje staat een woord dat een deel is van een titel van een kinderliedje. (zie bijlage)
De lln lossen de eerste opdracht op in groep. De oplossing tonen ze aan de leerkracht. Is de oplossing juist, mag er een kaartje uit de doos genomen worden. Ze mogen kiezen welk woordkaartje ze nemen. Daarna wordt de volgende oefening opgelost. Bij een foute oplossing proberen ze deze in groep te verbeteren om alsnog een woordkaartje te mogen nemen.
De groepjes proberen zo veel mogelijk oefeningen juist op te lossen. Bij elke juiste oplossing nemen ze een kaartje. Als ze met hun woordkaartjes de volledige titel van een kinderliedje kunnen vormen en dit kinderliedje luidop zingen, is de winnaar bekend.

differentiatie:

  • Bij een gering aantal oefeningen, kan je kortere titels van kinderliedjes kiezen. (voorbeeld: ‘Altijd is kortjakje ziek’ (4 oefeningen))
  • Je kan bij een juiste oplossing van een oefening, elk groepslid een kaartje laten nemen en proberen zo veel mogelijk titels van kinderliedjes te verzamelen.
  • Kinderen die het wat moeilijker hebben, krijgen twee woordkaartjes per juiste oplossing.
  • Duid in elke groep een ‘tutor’ aan die geen oefeningen moet oplossen maar enkel de leden van de groep moet assisteren.

meezinggggg1liedjes ‘zing eens een liedje’

werkvorm ‘tutor’

te gebruiken bij:

herhalingsoefeningen rekenen

materiaal: /

tijdsduur:

ongeveer 25 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes van 4. In elk groepje is er een leerling die sterk is in rekenen. We noemen die leerling de tutor. In elk groepje is ook een leerling die zwak is voor rekenen. Deze krijgt twee punten toegekend. De overige 2 leerlingen hebben geen problemen met rekenen en blinken er ook niet in uit, de middengroep. Deze leerlingen krijgen één punt toegekend.
De kinderen moeten een zestal opdrachten oplossen. Deze staan op een werkblad of in hun werkschrift. Elke opdracht bestaat uit een aantal oefeningen. (voorbeeld: opdracht 1 zijn 10 optellingen, opdracht 2 zijn 10 aftrekkingen …)
Op het signaal komen de tutors naar de leerkracht toe. De leerkracht legt aan de tutors de eerste opdracht uit en legt uit hoe deze oefeningen op te lossen. De tutors gaan dan naar hun groep en leggen de oplossingswijze uit aan de groepsleden. De helft van opdracht 1 wordt in groep opgelost. Na een aantal minuten roept de lkr de tutors weer bij zich en legt opdracht 2 uit en geeft de gepaste oplossingswijze. Weeral gaan de tutors de opdracht uitleggen en oplossen in hun groep. Op die manier worden alle opdrachten besproken en de helft van de oefeningen opgelost. De tutor zorgt er voor dat de leerstof goed gekend is door de leerlingen die twee punten zijn toegekend.
Na het oplossen worden de tutors aan een aparte tafel gezet. Zij krijgen verdiepende opdrachten.
 De overige leerlingen lossen de overblijvende oefeningen individueel op. Na het oplossen worden de oefeningen klassikaal opgelost op het bord.
Na elke opdracht tellen de groepsleden hoeveel punten ze hebben verdiend. Voor elke juiste opdracht krijgen ze één punt voor een gewoon groepslid, twee voor een groepslid die zwakker is voor rekenen. De namen van de tutors staan op het bord. De gewonnen punten worden bij de tutor genoteerd.
De tutor die ,na het oplossen van alle oefeningen, de meeste punten heeft, is de winnaar en krijgt een beloning die eventueel met de groepsleden kan verdeeld worden.

tutor

spelwerkvorm: loterijspel

te gebruiken bij:

oefeningen taal, rekenen, spelling, Frans, W.O., …

materiaal:

blad (of bordplan) met cijfers van 1 tot 99. (zie bijlage)
beloning (sticker, snoepje, lolly,…)
blokjes met de cijfers van 1 tot 99 (in een zakje)

tijdsduur:

ongeveer 20 minuten, afhankelijk van het aantal oefeningen

spelverloop:

Op het (digi)bord staan de cijfers van 1 tot 99.
De leerlingen werken individueel aan de opdrachten die de leerkracht opgaf. Na het oplossen van een oefening toont de leerling de oplossing aan de leerkracht. Is de oplossing fout moet de leerling verder zoeken naar de oplossing. Als de oefening juist is opgelost, noteert de leerling zijn naam bij een cijfer op het bord. Daarna begint de leerling met het oplossen van de volgende oefening.
Op die manier lossen de leerlingen oefeningen op tot bij elk cijfer een naam staat. Als de laatste naam is gezet, stoppen de leerlingen even met het oplossen van oefeningen.
De lkr haalt een cijferblokje uit het zakje. De leerling die zijn naam bij dit cijfer heeft geschreven, krijgt een beloning.
Een nieuw cijferblad komt op het bord en de leerlingen werken verder aan de oefeningen. Ze proberen opnieuw om zo veel mogelijk hun naam bij een cijfer op het bord te schrijven…

differentiatie:

  • Kinderen die rekenen wat moeilijker vinden, mogen bij elke juiste oplossing bij twee nummers hun naam schrijven.
  • Je kan ook heterogene duo’s vormen: een zwakkere en een betere rekenaar samen.
  • cijferblad loterijspel

object on white - butt for lotto

opdrachtenestafette

te gebruiken bij:

rekenen, Frans, taal

materiaal:

6 bordjes met de cijfers van 1 tot 6
5 werkblaadjes met telkens een aantal opdrachten (tussen 5 en 10 opdrachten)
Beloning (stickers, snoepjes, lolly’s,…)

tijdsduur:

ongeveer 20 minuten

spelverloop:

De klas wordt in groepjes van 3 of 4 kinderen verdeeld. Het spel wordt gespeeld in een grote ruimte zoals de eetzaal of de turnzaal. Op willekeurige plaatsen in de zaal hangen bordjes met de cijfers 1 tot en met 6. Bij elk bordje ligt een werkblad met oefeningen.
De kinderen kiezen zelf waar in de zaal hun groepje hun vertrekpunt heeft. Elk groepje krijgt 6 lege blaadjes.
Op het signaal van de leerkracht loopt 1 lid van elke groep naar het werkblad bij bordje 1. Hij/zij probeert zo veel mogelijk oefeningen te onthouden, loopt terug naar de groep en noteert de onthouden oefeningen op het lege werkblad. Ondertussen is het tweede lid vertrokken naar het werkblad om de volgende oefeningen over te brengen. Op die manier brengen de groepsleden alle oefeningen over naar het lege werkblad. Ze werken dan samen aan het oplossen van de oefeningen.
Wanneer de oefeningen van het eerste werkblad zijn opgelost, brengt één groepslid het werkblad naar de leerkracht die de oefeningen nakijkt. Zijn de oefeningen foutloos opgelost, mag de groep beginnen met het overbrengen van de oefeningen van nummer 2. Werd er een fout gemaakt, moeten ze de fout met de groep verbeteren.
De groep die als eerste de vijfde opdracht foutloos heeft opgelost, mag naar bordje 6 lopen. Daar ligt voor elk groepslid een beloning (stickers, snoepjes, lolly’s,…).

estafette_23

instructiefilmpjes rekenen

te gebruiken bij:

rekenen (differentiatie en remediëring)

materiaal:

filmpjes met uitleg over diverse onderwerpen rekenen (zie lijst)
lijst met gebruikersnamen en wachtwoorden (zie bijlage)

tijdsduur:

max. 5 minuten per filmpje

spelverloop:

Instructiefilmpjes zijn er in alle soorten maar meestal wijkt de gebruikte uitleg  iets af van de in de klas gebruikte rekenmethode. Daarom deze zelf gemaakte instructiefilmpjes die passen bij rekenmethode ‘nieuwe talrijk’.
Ze zijn gemaakt in het programma ‘educreations’ waarbij je 50 MB aan gratis geheugen ter beschikking krijgt. Daarom ook de meerdere mail-adressen om betaling te vermijden. Het volstaat om in te loggen met de gebruikersnaam en het wachtwoord. Klik bovenaan bij ‘lessons’ en je krijgt de beschikbare filmpjes te zien. Klik bij ‘classes’ en je krijgt ze gerangschikt per blok van ‘nieuwe talrijk’. In totaal staan er meer dan 70 instructiefilmpjes over de meest uiteenlopende rekenonderwerpen. (driehoeken, schaal, recht evenredig, cijferend delen, oppervalkte en omtrek, …)

differentiatie:

  • Kinderen die het moelijker vinden, krijgen in de klas de mogelijkheid om de instructie nog eens te beluisteren en te bekijken.
  • Ook gebruiken ze de filmpjes om toetsen thuis voor te bereiden.
  • Je kan ze zelfs gebruiken voor de werkvorm ‘flipping the classroom’ waarbij de kinderen als huistaak de instructie van de les krijgen in de vorm van een filmpje. (zie werkvorm ‘flipping the classroom’)
  • lijst filmpjes en wachtwoorden
  • DEN HAAG-PEUTERSPEELZAAL HET PARAPLUUTJE

tafels oefenen: vier op een rij

te gebruiken bij:

rekenen

materiaal:

leeg spelbord vier op een rij (zie bijlage)
vier op een rij tafels (zie bijlage)
vier op een rij oplossingskaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ze krijgen een spelbord ‘vier op een rij’ (zie bijlage)  en elk een werkblad waarop de oplossingen van de tafels staan (zie bijlage). De eerste leerling krijgt een blauw werkblad met oplossingen, de tweede leerling een rood werkblad met oplossingen. Beide leerlingen knippen hun oplossingkaartjes uit. Op het spelbord staan de tafels.
De eerste leerling legt een blauw oplossingkaartje op de bijhorende tafel op het spelbord. Daarna legt de tweede leerling een rood oplossingkaartje bij een tafel op het spelbord. Om de beurt leggen de leerlingen een oplossingkaartje op het bord. Wie als eerste vier oplossingkaartjes van zijn kleur op een rij heeft, is de winnaar (horizontaal, verticaal of diagonaal).

differentiatie:

vakoverschrijdend hoekenwerk

te gebruiken bij:

muzische opvoeding, techniek, handvaardigheid, taal, …

materiaal:

schaakhoek: 2 schaakborden, uitleg schaken (zie bijlage)
kookhoek: afhankelijk van het recept (zie bijlage)
schilderhoek: groot stuk papier, verf, verfborstels, potlood, gom (zie bijlage)
elektriciteithoek: 2 batterijen, lampjes met fitting, draden,… (zie bijlage)
theaterhoek: papier en balpen, verkleedkledij? (zie bijlage)

tijdsduur:

100 minuten, opruimen en toonmoment inbegrepen.

verloop:

De klas wordt verdeeld in 5 groepjes. Met de tafels van de klas worden 5 werkhoeken gemaakt. Elk groepje neemt plaats aan een werkhoekje. Bij elk werkhoekje ligt het benodigde materiaal en een stappenplan. (zie bijlage) De kinderen werken in hun hoek zelfstandig aan hun opdrachten.
  • Hoek 1: Met behulp van het stappenplan leren de kinderen alles over schaken.
  • Hoek 2: Met behulp van het recept maken de kinderen een hapje klaar voor de hele klas.
  • Hoek 3: Op een groot stuk (behang)papier schilderen de kinderen over een zelf gekozen thema.
  • Hoek 4: Met behulp van het stappenplan maken de kinderen een nachtlampje.
  • Hoek 5: De kinderen schrijven op papier een kort theaterstukje. Het theaterstuk wordt als afsluiter gespeeld voor de overige kinderen van de klas.
  • (Hoek 6: Met een stappenplan een voertuig ontwerpen met constructiespeelgoed.)

recept groentensoep met balletjes

recept warme pudding

stappenplan elektriciteit 1

stappenplan elektriciteit 2

stappenplan elektriciteit 3

stappenplan elektriciteit 4

stappenplan schaken

stappenplan schilderen

stappenplan toneel

recept pannenkoeken 1

recept pannenkoeken 2

recept witloofroomsoep 1

recept witloofroomsoep 2

recept wafels 1

recept wafels 2

images

kieskaart spelling

te gebruiken bij:

spelling

materiaal:

kieskaart, 1 per leerling (zie bijlage)

tijdsduur:

25 minuten

spelverloop:

De leerkracht plaatst al de woorden van de spellingles op het bord. Ze worden gelezen, verklaard en besproken.

Alle kinderen krijgen een kieskaart spelling. Op elke kaart heeft de leerkracht de naam van de leerling reeds geschreven . De leerkracht heeft voor elke leerling reeds genoteerd voor hoeveel punten ze spellingopdrachten moeten maken. Leerlingen die sterk zijn in spelling moeten veel punten verzamelen, leerlingen die zwakker zijn voor spelling verzamelen minder punten. Welke opdrachten ze maken om hun punten te verzamelen, mogen de leerlingen zelf kiezen. Gemakkelijke opdrachten zijn 5 punten waard, de allermoeilijkste 20 punten.

kieskaart spelling 1

kieskaart spelling 2

download

Franse werkwoorden oefenen met letterkaarten

te gebruiken bij:

Frans

materiaal:

letterkaarten

(in bijlage: voorbeeld letterkaarten sortir, venir,partir en dormir)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens de Franse les werden een aantal werkwoorden besproken en ingeoefend.

Verdeel de klas daarna in drie of vier groepjes (afhankelijk van het aantal werkwoorden). Elke groep krijgt een werkwoord toegewezen. (voorbeeld sortir, partir, venir, dormir)

Alle letters die nodig zijn om de vervoeging van de werkwoorden te vormen worden op kaarten geschreven (A5). Al de letterkaarten worden in de gang op de grond gelegd.

De eerste groep staat vooraan in de klas (werkwoord venir). Op het signaal van de leerkracht (leerkracht zegt ‘je’) wordt de tijd gestart en lopen de kinderen van het eerste groepje naar de gang. Ze nemen alle letters die nodig zijn om de eerste vervoeging van venir te vormen (viens). Als ze alle letters hebben gevonden, lopen ze terug naar de voorzijde van de klas en vormen het woord door de kaartjes in de juiste volgorde te tonen aan de overige kinderen van de klas (viens). Elk groepslid mag maar één kaartje tonen, tenzij er meer kaartjes zijn dan groepsleden. In dat geval mag een groepslid twee kaartjes tonen. Als de eerste werkvwoordsvorm juist is getoond, zegt de leerkracht ‘tu’, het signaal om de tweede werkwoordsvorming te zoeken. Als al de werkwoordsvormen juist zijn gevormd, wordt de tijd gestopt.

Daarna begint de tweede groep met het volgende werkwoord (sortir) …

De groep die de snelste tijd heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Moeilijker maken door de werkwoordsvormen door elkaar op te zeggen (voorbeeld beginnen met ‘vous’, daarna tu…)
  • Eén leerling loopt naar de gang om alle kaarten te verzamelen. Daarna aan de groepsleden vooraan in de klas geven om te tonen.

letterkaarten venir, sortir, partir, dormir

download

jumble: interactieve quiz

te gebruiken bij:

wereldoriëntatie, spelling, taal, …

materiaal:

tablet of chromebook of smartphone

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Jumble is een interactieve quiz die te vinden is op https://create.kahoot.it/  Op deze site kan je een ‘kahoot’ maken, een quiz met meerkeuzevragen, of een ‘jumble’, een quiz waarbij de antwoorden in de juiste volgorde moeten worden geplaatst. Een ‘jumble’ kan je op twee manieren spelen.
  1. Je formuleert een vraag. Het antwoord noteer je in stukken in de ‘jumble’. Bij het spelen van het spel moeten de kinderen de stukjes antwoord in de juiste volgorde plaatsen. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba )
  2. Je maakt een invuloefening waarbij in een tekst vier woorden zijn weggelaten. Via ‘print screen’ en ‘paint’ kan je dit opslaan als JPEG bestand. Als je dit JPEG bestand opent kan je het via de knop ‘bewerken’ ook ‘bijsnijden en draaien’. Bewerk het zodat je enkel de invuloefening hebt. Deze sla je op als kopie (ook JPEG bestand).
Wanneer je de ‘jumble’ maakt, noteer je eerst de titel van je quiz. Daarna noteer je telkens als vraag ‘Vul de ontbrekende antwoorden in’. Druk op de knop ‘upload image’ en plaats je invuloefening. (=JPEG bestand, dus een image) De vier ontbrekende woorden uit je tekst, noteer je beneden in de juiste volgorde. Op deze manier maak je de volledige quiz met telkens een invuloefening met vier ontbrekende antwoorden. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0
Veel plezier!

maxresdefault

lesidee: decoratieve kerstboom uit hout met stappenplan en beschrijving.

dscn0828

te gebruiken bij:

knutselen, muzische opvoeding

materiaal:

fotostappenplan (zie link)
1 vuren houten lat 7 mm dik, 26,5 mm breed en 210 cm lang
ronde stok 9 mm, ongeveer 130 cm lang
boormachine, boor van 10 mm
nietjesapparaat
houten plankje (onderkant staander)
zaag
schuurpapier
10 duimspijkers
10 kerstballen

tijdsduur:

2 uur

beschrijving:

De lange lat kan je best eerst in verstek zagen. Dit is te moeilijk voor de kinderen.
De rest kan je de kinderen zelf laten uitvoeren met bijgevoegd fotostappenplan en omschrijving van de werkzaamheden.
Veel plezier.

fotostappenplan en omschrijving

https://drive.google.com/drive/folders/0Bw0mRJEG5BSRd3FFakp0R0dhdU0?usp=sharing

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

werkvorm: fout is juist

te gebruiken bij:

rekenen, taal, W.O., Frans,…

materiaal: vragen met vier verschillende antwoorden (3 fout, 1 juist) (zie voorbeeld in bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Dit spel kan je spelen op het einde van de les wanneer de leerstof is aangebracht en ingeoefend. Verdeel de klas in groepjes van 3 tot 4 kinderen.
De leerkracht projecteert op het bord een vraag (of stelt de vraag mondeling). Bij de vragen horen vier mogelijke antwoorden. De eerste groep zegt het meest onwaarschijnlijke antwoord uit de vier antwoorden en krijgt daarvoor één punt. De tweede groep geeft daarna het volgende meest onwaarschijnlijke antwoord uit de drie overgebleven antwoorden en krijgt daarvoor twee punten. De derde groep kiest het laatst overgebleven onwaarschijnlijke antwoord uit de twee overgebleven antwoorden en krijgt daarvoor drie punten. Het antwoord dat daarna overblijft is het juiste antwoord. Wanneer een groep een foute keuze maakt (en dus het juiste antwoord geeft) gaat de beurt naar de volgende groep.
Bij de tweede vraag begint een andere groep. De groep die op het einde van de vraagstelling de meeste punten heeft is de winnaar.

differentiatie:

  • Kinderen die het makkelijk vinden kan je alleen laten spelen, anderen in een groepje van twee of drie zodat ze kunnen overleggen.
  • Geef elke groep een joker die ze kunnen inzetten om hun punten te verdubbelen.
  • Kinderen die het moeilijk vinden kan je een halve minuut opzoektijd geven die ze kunnen gebruiken om de oplossing in hun handboek of werkschrift op te zoeken.

    fout is juist voorbeeld spellingfacebook-like-buton-285x144

schrijfopdracht: woorddoosjes

te gebruiken bij:

stellen

materiaal:

kaartjes, voor elke leerling drie.

tijdsduur:

25 minuten

spelverloop:

De leerlingen krijgen elk drie blanco kaartjes. Op het eerste kaartje schrijft iedere leerling een werkwoord, op het tweede kaartje een zelfstandig naamwoord en op het derde een bijvoeglijk naamwoord. Alle kaartjes worden verzameld en in drie doosjes gestopt; een doosje met de werkwoorden, een doosje met de zelfstandige naamwoorden en een doosje met de bijvoeglijke naamwoorden.
De leerlingen krijgen een schrijfopdracht (een sprookje, verslag van een activiteit,…). Na 5 minuten stoppen de leerlingen met schrijven. Uit het doosje met de werkwoorden wordt één kaartje genomen. Het werkwoord dat op het kaartje staat geschreven, gebruiken de leerlingen in het vervolg van hun verhaal. Ze schrijven gedurende 2 minuten in een andere kleur balpen. Nadien wordt een kaartje uit het doosje zelfstandige naamwoorden genomen en wordt het woord gebruikt in hun verhaal. Telkens wordt gedurende 2 minuten geschreven in een andere kleur balpen. Daarna volgt het bijvoeglijk naamwoord.
Je kan meerdere keren kaartjes nemen uit de verschillende doosjes. Tot slot geef je de kinderen nog 5 minuten om hun schrijfopdracht af te werken.

images

spelwerkvorm: vierentwintigen

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

werkblaadje vierentwintigen (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

Op het bord staat de volgende cijfercombinatie: 2-4-8-8.  De leerlingen proberen met deze cijfers het getal 24 te bekomen. Ze mogen alle bewerkingen gebruiken(+,-,x,:). Elk cijfer mag maar één maal gebruikt worden. De oplossing wordt op het bord geschreven. (8+8=16  2×4=8   16+8=24)
De leerlingen beginnen met het oplossen van de oefeningen van de les… taal, rekenen, Frans, W.O.,… Per juist opgeloste oefening verdienen ze seconden of minuten werktijd voor op het einde van de les. (voorbeeld: oefening 1 juist opgelost geeft 40 seconden oplostijd, oefening 2 één minuut, …)
Als al de oefeningen zijn opgelost en elke leerling werktijd heeft verdiend, wordt de klas verdeeld in drie groepjes: een sterke rekengroep, een zwakke rekengroep en een middelmatige rekengroep. De leerlingen van de sterke rekengroep krijgen een blaadje met moeilijke cijfercombinaties, de zwakke rekengroep krijgt gemakkelijke cijfercombinaties en de middelmatige cijfergroep krijgt middelmatige cijfercombinaties. Elke leerling probeert tijdens de gewonnen werktijd met zo veel mogelijk cijfercombinaties het getal 24 te maken. Wie met de meeste cijfercombinaties het getal 24 heeft gemaakt, is de winnaar.

differentiatie:

De leerlingen die het moeilijk hebben, kan je
  • ook bij 1 (of 2) fouten de te verdienen werktijd geven.
  • de werktijd die ze hebben verzameld verdubbelen.
  • per twee laten werken om met zoveel mogelijk cijfercombinaties het getal 24 te maken.
  • combinaties vierentwintigencijfers

filmverslag maken met windows movie maker

te gebruiken bij:

muzische opvoeding, media, verslag daguitstap
(voorbeeld zie bijlage)

materiaal:

camera, computer

tijdsduur:

50 minuten

omschrijving:

Van bepaalde gebeurtenissen op school (schoolreis, bedrijfsbezoek, schoolfeest, carnaval…) kan je een filmverslag maken. Hiervoor gebruik je het programma Windows Movie Maker (WMM). Dit programma staat standaard op elke computer.(gratis)
Je filmt tijdens de gebeurtenis korte stukjes. Deze korte stukjes zijn je scènes die je op je computer plaatst. Belangrijk is dat je ze converteert naar een bestand dat het programma WMM kan lezen (voorbeeld MPG, AVI, MP2) Het converteren kan je doen met het programma http://www.zamzar.com/ .
Je opent WMM en klikt op ‘video importeren’. Je kiest één van de scènes op je computer en dubbelklikt. Je scène verschijnt op je scherm. Je sleept je scène naar het storyboard beneden. Je scène verschijnt in het eerste vakje. Op die manier importeer je al de scènes van je gebeurtenis en plaatst ze in de vakjes van het storyboard.
Daarna klik je op ‘video-overgangen weergeven’. Er verschijnen verschillende mogelijkheden op je scherm. Je kiest één en sleept die naar de kleine vakje tussen de scènes op het storyboard. Dit doe je tussen elke scène.
Beneden klik je op ‘tijdlijn weergeven’. Wanneer je klikt op ‘audio of muziek importeren’ kan je muziek kiezen voor je filmpje. Na het dubbelklikken verschijnt je muziek op je scherm. Je sleep hem naar de tijdlijn en plaatst hem bij audio/muziek.
Als je klikt op ‘titels of verantwoording maken’ kan je tekst ingeven, voor, na of tijdens een scène. Je kan ook een titel voor je filmpje plaatsen en na je filmpje een aftiteling. Deze tekst kan je wijzigen, de kleur veranderen of animatie toevoegen. Daarna klik je op ‘tekst toevoegen’.
Je film is klaar. Enkel nog opslaan door op ‘opslaan op deze computer’ te klikken.
Een leuke toepassing is het maken van een schimmenspel.(zie voorbeeld beneden)
Veel plezier!

schimmenspel film WMM

images

partnerruil

te gebruiken bij:

oefeningen taal, rekenen, Frans…

materiaal:

digitaal bord (of computer)

tijdsduur:

20-30 minuten

spelverloop:

De tafels in de klas worden per twee geplaatst.
De lkr opent de website http://www.schoolbordportaal.nl/schoolborden/programma-839.html .
Op deze website vind je “groepjesmaker”. Je vult de namen van de ll. van je klas in en het programma maakt groepjes. (2,3,4,5… groepjes)
Voor deze les maak je groepjes van twee ll. De ll. gaan aan een willekeurige tafel zitten om samen te werken. Ze lossen de eerste oefening samen op.
Nadat de eerste oefening is opgelost, wordt deze verbeterd op het bord.
Van elk groepje, dat de oefening juist heeft opgelost, komt één ll. naar voor. Deze rolt met de dobbelsteen. Deze vind je op de website http://www.teacherled.com/resources/dice/diceload.html   De punten die zijn verdiend, worden bij de oefening genoteerd.
De lkr maakt nieuwe groepjes met groepjesmaker. De ll. gaan samen zitten met hun nieuwe partner en beginnen aan oefening 2. Op dergelijke manier worden al de oefeningen opgelost, telkens met een andere partner. Telkens worden de gewonnen punten bij de oefening geschreven. Wie heeft op het einde de meeste punten vergaard?

differentiatie:

– Zwakkere ll. maken slechts een gedeelte van de oefeningen. (bv.: oefening 1
   bestaat uit 5 sommen, zwakkere ll. maken enkel de eerste 3)
– Wijs er de sterkere ll. op dat ze de zwakkere moeten helpen (uitleggen)
– Maak het spel spannend door bij de laatste oefeningen meerdere dobbelstenen
   te gebruiken.

samenwerken

speeddate

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

kaartjes met vraag en antwoord

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Op het einde van de les kan je dit spel gebruiken om na te gaan of de kinderen de aangebrachte leerstof hebben begrepen. De helft van de kinderen gaat zitten, elk aan een aparte tafel. Voor hen ligt een stapel kaartjes. Op elk kaartje staat een vraag over de aangebrachte leerstof. Het antwoord staat er bij vermeld.
De overige kinderen (die niet aan een tafeltje zitten) gaan op het signaal van de leerkracht aan een willekeurige tafel zitten. Het kind dat aan tafel zit, neemt het eerste kaartje van de stapel en leest de vraag voor. Het bezoekende kind beantwoordt de vraag. Is het antwoord juist, krijgt het bezoekende kind het kaartje. Is het fout wordt het kaartje terug onder de stapel gestopt. Het bezoekende kind gaat dan naar een volgende tafel.
Na 5 minuten stopt het spel. Het kind dat de meeste kaartjes heeft verzameld bij het speeddaten, is de winnaar.

differentiatie:

  • Wie het moeilijk vindt, kan je een aantal jokers geven. Indien ze deze inruilen krijgen ze de eerste letter van het antwoord.
  • Je kan ook duo’s vormen van een sterke en een zwakkere leerling die dan samen aan een tafel gaan zitten.
  • Je kan hulpmiddelen geven om het antwoord op de vraag te zoeken (handboek, werkschrift, …)

    speeddating