instructiefilmpjes rekenen

te gebruiken bij:

rekenen (differentiatie en remediëring)

materiaal:

filmpjes met uitleg over diverse onderwerpen rekenen (zie lijst)
lijst met gebruikersnamen en wachtwoorden (zie bijlage)

tijdsduur:

max. 5 minuten per filmpje

spelverloop:

Instructiefilmpjes zijn er in alle soorten maar meestal wijkt de gebruikte uitleg  iets af van de in de klas gebruikte rekenmethode. Daarom deze zelf gemaakte instructiefilmpjes die passen bij rekenmethode ‘nieuwe talrijk’.
Ze zijn gemaakt in het programma ‘educreations’ waarbij je 50 MB aan gratis geheugen ter beschikking krijgt. Daarom ook de meerdere mail-adressen om betaling te vermijden. Het volstaat om in te loggen met de gebruikersnaam en het wachtwoord. Klik bovenaan bij ‘lessons’ en je krijgt de beschikbare filmpjes te zien. Klik bij ‘classes’ en je krijgt ze gerangschikt per blok van ‘nieuwe talrijk’. In totaal staan er meer dan 70 instructiefilmpjes over de meest uiteenlopende rekenonderwerpen. (driehoeken, schaal, recht evenredig, cijferend delen, oppervalkte en omtrek, …)

differentiatie:

  • Kinderen die het moelijker vinden, krijgen in de klas de mogelijkheid om de instructie nog eens te beluisteren en te bekijken.
  • Ook gebruiken ze de filmpjes om toetsen thuis voor te bereiden.
  • Je kan ze zelfs gebruiken voor de werkvorm ‘flipping the classroom’ waarbij de kinderen als huistaak de instructie van de les krijgen in de vorm van een filmpje. (zie werkvorm ‘flipping the classroom’)
  • lijst filmpjes en wachtwoorden
  • DEN HAAG-PEUTERSPEELZAAL HET PARAPLUUTJE
Advertenties

tafels oefenen: vier op een rij

te gebruiken bij:

rekenen

materiaal:

leeg spelbord vier op een rij (zie bijlage)
vier op een rij tafels (zie bijlage)
vier op een rij oplossingskaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ze krijgen een spelbord ‘vier op een rij’ (zie bijlage)  en elk een werkblad waarop de oplossingen van de tafels staan (zie bijlage). De eerste leerling krijgt een blauw werkblad met oplossingen, de tweede leerling een rood werkblad met oplossingen. Beide leerlingen knippen hun oplossingkaartjes uit. Op het spelbord staan de tafels.
De eerste leerling legt een blauw oplossingkaartje op de bijhorende tafel op het spelbord. Daarna legt de tweede leerling een rood oplossingkaartje bij een tafel op het spelbord. Om de beurt leggen de leerlingen een oplossingkaartje op het bord. Wie als eerste vier oplossingkaartjes van zijn kleur op een rij heeft, is de winnaar (horizontaal, verticaal of diagonaal).

differentiatie:

vakoverschrijdend hoekenwerk

te gebruiken bij:

muzische opvoeding, techniek, handvaardigheid, taal, …

materiaal:

schaakhoek: 2 schaakborden, uitleg schaken (zie bijlage)
kookhoek: afhankelijk van het recept (zie bijlage)
schilderhoek: groot stuk papier, verf, verfborstels, potlood, gom (zie bijlage)
elektriciteithoek: 2 batterijen, lampjes met fitting, draden,… (zie bijlage)
theaterhoek: papier en balpen, verkleedkledij? (zie bijlage)

tijdsduur:

100 minuten, opruimen en toonmoment inbegrepen.

verloop:

De klas wordt verdeeld in 5 groepjes. Met de tafels van de klas worden 5 werkhoeken gemaakt. Elk groepje neemt plaats aan een werkhoekje. Bij elk werkhoekje ligt het benodigde materiaal en een stappenplan. (zie bijlage) De kinderen werken in hun hoek zelfstandig aan hun opdrachten.
  • Hoek 1: Met behulp van het stappenplan leren de kinderen alles over schaken.
  • Hoek 2: Met behulp van het recept maken de kinderen een hapje klaar voor de hele klas.
  • Hoek 3: Op een groot stuk (behang)papier schilderen de kinderen over een zelf gekozen thema.
  • Hoek 4: Met behulp van het stappenplan maken de kinderen een nachtlampje.
  • Hoek 5: De kinderen schrijven op papier een kort theaterstukje. Het theaterstuk wordt als afsluiter gespeeld voor de overige kinderen van de klas.
  • (Hoek 6: Met een stappenplan een voertuig ontwerpen met constructiespeelgoed.)

recept groentensoep met balletjes

recept warme pudding

stappenplan elektriciteit 1

stappenplan elektriciteit 2

stappenplan elektriciteit 3

stappenplan elektriciteit 4

stappenplan schaken

stappenplan schilderen

stappenplan toneel

recept pannenkoeken 1

recept pannenkoeken 2

recept witloofroomsoep 1

recept witloofroomsoep 2

recept wafels 1

recept wafels 2

images

kieskaart spelling

te gebruiken bij:

spelling

materiaal:

kieskaart, 1 per leerling (zie bijlage)

tijdsduur:

25 minuten

spelverloop:

De leerkracht plaatst al de woorden van de spellingles op het bord. Ze worden gelezen, verklaard en besproken.

Alle kinderen krijgen een kieskaart spelling. Op elke kaart heeft de leerkracht de naam van de leerling reeds geschreven . De leerkracht heeft voor elke leerling reeds genoteerd voor hoeveel punten ze spellingopdrachten moeten maken. Leerlingen die sterk zijn in spelling moeten veel punten verzamelen, leerlingen die zwakker zijn voor spelling verzamelen minder punten. Welke opdrachten ze maken om hun punten te verzamelen, mogen de leerlingen zelf kiezen. Gemakkelijke opdrachten zijn 5 punten waard, de allermoeilijkste 20 punten.

kieskaart spelling 1

kieskaart spelling 2

download

Franse werkwoorden oefenen met letterkaarten

te gebruiken bij:

Frans

materiaal:

letterkaarten

(in bijlage: voorbeeld letterkaarten sortir, venir,partir en dormir)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens de Franse les werden een aantal werkwoorden besproken en ingeoefend.

Verdeel de klas daarna in drie of vier groepjes (afhankelijk van het aantal werkwoorden). Elke groep krijgt een werkwoord toegewezen. (voorbeeld sortir, partir, venir, dormir)

Alle letters die nodig zijn om de vervoeging van de werkwoorden te vormen worden op kaarten geschreven (A5). Al de letterkaarten worden in de gang op de grond gelegd.

De eerste groep staat vooraan in de klas (werkwoord venir). Op het signaal van de leerkracht (leerkracht zegt ‘je’) wordt de tijd gestart en lopen de kinderen van het eerste groepje naar de gang. Ze nemen alle letters die nodig zijn om de eerste vervoeging van venir te vormen (viens). Als ze alle letters hebben gevonden, lopen ze terug naar de voorzijde van de klas en vormen het woord door de kaartjes in de juiste volgorde te tonen aan de overige kinderen van de klas (viens). Elk groepslid mag maar één kaartje tonen, tenzij er meer kaartjes zijn dan groepsleden. In dat geval mag een groepslid twee kaartjes tonen. Als de eerste werkvwoordsvorm juist is getoond, zegt de leerkracht ‘tu’, het signaal om de tweede werkwoordsvorming te zoeken. Als al de werkwoordsvormen juist zijn gevormd, wordt de tijd gestopt.

Daarna begint de tweede groep met het volgende werkwoord (sortir) …

De groep die de snelste tijd heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Moeilijker maken door de werkwoordsvormen door elkaar op te zeggen (voorbeeld beginnen met ‘vous’, daarna tu…)
  • Eén leerling loopt naar de gang om alle kaarten te verzamelen. Daarna aan de groepsleden vooraan in de klas geven om te tonen.

letterkaarten venir, sortir, partir, dormir

download

jumble: interactieve quiz

te gebruiken bij:

wereldoriëntatie, spelling, taal, …

materiaal:

tablet of chromebook of smartphone

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Jumble is een interactieve quiz die te vinden is op https://create.kahoot.it/  Op deze site kan je een ‘kahoot’ maken, een quiz met meerkeuzevragen, of een ‘jumble’, een quiz waarbij de antwoorden in de juiste volgorde moeten worden geplaatst. Een ‘jumble’ kan je op twee manieren spelen.
  1. Je formuleert een vraag. Het antwoord noteer je in stukken in de ‘jumble’. Bij het spelen van het spel moeten de kinderen de stukjes antwoord in de juiste volgorde plaatsen. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba )
  2. Je maakt een invuloefening waarbij in een tekst vier woorden zijn weggelaten. Via ‘print screen’ en ‘paint’ kan je dit opslaan als JPEG bestand. Als je dit JPEG bestand opent kan je het via de knop ‘bewerken’ ook ‘bijsnijden en draaien’. Bewerk het zodat je enkel de invuloefening hebt. Deze sla je op als kopie (ook JPEG bestand).
Wanneer je de ‘jumble’ maakt, noteer je eerst de titel van je quiz. Daarna noteer je telkens als vraag ‘Vul de ontbrekende antwoorden in’. Druk op de knop ‘upload image’ en plaats je invuloefening. (=JPEG bestand, dus een image) De vier ontbrekende woorden uit je tekst, noteer je beneden in de juiste volgorde. Op deze manier maak je de volledige quiz met telkens een invuloefening met vier ontbrekende antwoorden. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0
Veel plezier!

maxresdefault

lesidee: decoratieve kerstboom uit hout met stappenplan en beschrijving.

dscn0828

te gebruiken bij:

knutselen, muzische opvoeding

materiaal:

fotostappenplan (zie link)
1 vuren houten lat 7 mm dik, 26,5 mm breed en 210 cm lang
ronde stok 9 mm, ongeveer 130 cm lang
boormachine, boor van 10 mm
nietjesapparaat
houten plankje (onderkant staander)
zaag
schuurpapier
10 duimspijkers
10 kerstballen

tijdsduur:

2 uur

beschrijving:

De lange lat kan je best eerst in verstek zagen. Dit is te moeilijk voor de kinderen.
De rest kan je de kinderen zelf laten uitvoeren met bijgevoegd fotostappenplan en omschrijving van de werkzaamheden.
Veel plezier.

fotostappenplan en omschrijving

https://drive.google.com/drive/folders/0Bw0mRJEG5BSRd3FFakp0R0dhdU0?usp=sharing

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

werkvorm: fout is juist

te gebruiken bij:

rekenen, taal, W.O., Frans,…

materiaal: vragen met vier verschillende antwoorden (3 fout, 1 juist) (zie voorbeeld in bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Dit spel kan je spelen op het einde van de les wanneer de leerstof is aangebracht en ingeoefend. Verdeel de klas in groepjes van 3 tot 4 kinderen.
De leerkracht projecteert op het bord een vraag (of stelt de vraag mondeling). Bij de vragen horen vier mogelijke antwoorden. De eerste groep zegt het meest onwaarschijnlijke antwoord uit de vier antwoorden en krijgt daarvoor één punt. De tweede groep geeft daarna het volgende meest onwaarschijnlijke antwoord uit de drie overgebleven antwoorden en krijgt daarvoor twee punten. De derde groep kiest het laatst overgebleven onwaarschijnlijke antwoord uit de twee overgebleven antwoorden en krijgt daarvoor drie punten. Het antwoord dat daarna overblijft is het juiste antwoord. Wanneer een groep een foute keuze maakt (en dus het juiste antwoord geeft) gaat de beurt naar de volgende groep.
Bij de tweede vraag begint een andere groep. De groep die op het einde van de vraagstelling de meeste punten heeft is de winnaar.

differentiatie:

  • Kinderen die het makkelijk vinden kan je alleen laten spelen, anderen in een groepje van twee of drie zodat ze kunnen overleggen.
  • Geef elke groep een joker die ze kunnen inzetten om hun punten te verdubbelen.
  • Kinderen die het moeilijk vinden kan je een halve minuut opzoektijd geven die ze kunnen gebruiken om de oplossing in hun handboek of werkschrift op te zoeken.

    fout is juist voorbeeld spellingfacebook-like-buton-285x144

schrijfopdracht: woorddoosjes

te gebruiken bij:

stellen

materiaal:

kaartjes, voor elke leerling drie.

tijdsduur:

25 minuten

spelverloop:

De leerlingen krijgen elk drie blanco kaartjes. Op het eerste kaartje schrijft iedere leerling een werkwoord, op het tweede kaartje een zelfstandig naamwoord en op het derde een bijvoeglijk naamwoord. Alle kaartjes worden verzameld en in drie doosjes gestopt; een doosje met de werkwoorden, een doosje met de zelfstandige naamwoorden en een doosje met de bijvoeglijke naamwoorden.
De leerlingen krijgen een schrijfopdracht (een sprookje, verslag van een activiteit,…). Na 5 minuten stoppen de leerlingen met schrijven. Uit het doosje met de werkwoorden wordt één kaartje genomen. Het werkwoord dat op het kaartje staat geschreven, gebruiken de leerlingen in het vervolg van hun verhaal. Ze schrijven gedurende 2 minuten in een andere kleur balpen. Nadien wordt een kaartje uit het doosje zelfstandige naamwoorden genomen en wordt het woord gebruikt in hun verhaal. Telkens wordt gedurende 2 minuten geschreven in een andere kleur balpen. Daarna volgt het bijvoeglijk naamwoord.
Je kan meerdere keren kaartjes nemen uit de verschillende doosjes. Tot slot geef je de kinderen nog 5 minuten om hun schrijfopdracht af te werken.

images

spelwerkvorm: vierentwintigen

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

werkblaadje vierentwintigen (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

Op het bord staat de volgende cijfercombinatie: 2-4-8-8.  De leerlingen proberen met deze cijfers het getal 24 te bekomen. Ze mogen alle bewerkingen gebruiken(+,-,x,:). Elk cijfer mag maar één maal gebruikt worden. De oplossing wordt op het bord geschreven. (8+8=16  2×4=8   16+8=24)
De leerlingen beginnen met het oplossen van de oefeningen van de les… taal, rekenen, Frans, W.O.,… Per juist opgeloste oefening verdienen ze seconden of minuten werktijd voor op het einde van de les. (voorbeeld: oefening 1 juist opgelost geeft 40 seconden oplostijd, oefening 2 één minuut, …)
Als al de oefeningen zijn opgelost en elke leerling werktijd heeft verdiend, wordt de klas verdeeld in drie groepjes: een sterke rekengroep, een zwakke rekengroep en een middelmatige rekengroep. De leerlingen van de sterke rekengroep krijgen een blaadje met moeilijke cijfercombinaties, de zwakke rekengroep krijgt gemakkelijke cijfercombinaties en de middelmatige cijfergroep krijgt middelmatige cijfercombinaties. Elke leerling probeert tijdens de gewonnen werktijd met zo veel mogelijk cijfercombinaties het getal 24 te maken. Wie met de meeste cijfercombinaties het getal 24 heeft gemaakt, is de winnaar.

differentiatie:

De leerlingen die het moeilijk hebben, kan je
  • ook bij 1 (of 2) fouten de te verdienen werktijd geven.
  • de werktijd die ze hebben verzameld verdubbelen.
  • per twee laten werken om met zoveel mogelijk cijfercombinaties het getal 24 te maken.
  • combinaties vierentwintigencijfers

filmverslag maken met windows movie maker

te gebruiken bij:

muzische opvoeding, media, verslag daguitstap
(voorbeeld zie bijlage)

materiaal:

camera, computer

tijdsduur:

50 minuten

omschrijving:

Van bepaalde gebeurtenissen op school (schoolreis, bedrijfsbezoek, schoolfeest, carnaval…) kan je een filmverslag maken. Hiervoor gebruik je het programma Windows Movie Maker (WMM). Dit programma staat standaard op elke computer.(gratis)
Je filmt tijdens de gebeurtenis korte stukjes. Deze korte stukjes zijn je scènes die je op je computer plaatst. Belangrijk is dat je ze converteert naar een bestand dat het programma WMM kan lezen (voorbeeld MPG, AVI, MP2) Het converteren kan je doen met het programma http://www.zamzar.com/ .
Je opent WMM en klikt op ‘video importeren’. Je kiest één van de scènes op je computer en dubbelklikt. Je scène verschijnt op je scherm. Je sleept je scène naar het storyboard beneden. Je scène verschijnt in het eerste vakje. Op die manier importeer je al de scènes van je gebeurtenis en plaatst ze in de vakjes van het storyboard.
Daarna klik je op ‘video-overgangen weergeven’. Er verschijnen verschillende mogelijkheden op je scherm. Je kiest één en sleept die naar de kleine vakje tussen de scènes op het storyboard. Dit doe je tussen elke scène.
Beneden klik je op ‘tijdlijn weergeven’. Wanneer je klikt op ‘audio of muziek importeren’ kan je muziek kiezen voor je filmpje. Na het dubbelklikken verschijnt je muziek op je scherm. Je sleep hem naar de tijdlijn en plaatst hem bij audio/muziek.
Als je klikt op ‘titels of verantwoording maken’ kan je tekst ingeven, voor, na of tijdens een scène. Je kan ook een titel voor je filmpje plaatsen en na je filmpje een aftiteling. Deze tekst kan je wijzigen, de kleur veranderen of animatie toevoegen. Daarna klik je op ‘tekst toevoegen’.
Je film is klaar. Enkel nog opslaan door op ‘opslaan op deze computer’ te klikken.
Een leuke toepassing is het maken van een schimmenspel.(zie voorbeeld beneden)
Veel plezier!

schimmenspel film WMM

images

partnerruil

te gebruiken bij:

oefeningen taal, rekenen, Frans…

materiaal:

digitaal bord (of computer)

tijdsduur:

20-30 minuten

spelverloop:

De tafels in de klas worden per twee geplaatst.
De lkr opent de website http://www.schoolbordportaal.nl/schoolborden/programma-839.html .
Op deze website vind je “groepjesmaker”. Je vult de namen van de ll. van je klas in en het programma maakt groepjes. (2,3,4,5… groepjes)
Voor deze les maak je groepjes van twee ll. De ll. gaan aan een willekeurige tafel zitten om samen te werken. Ze lossen de eerste oefening samen op.
Nadat de eerste oefening is opgelost, wordt deze verbeterd op het bord.
Van elk groepje, dat de oefening juist heeft opgelost, komt één ll. naar voor. Deze rolt met de dobbelsteen. Deze vind je op de website http://www.teacherled.com/resources/dice/diceload.html   De punten die zijn verdiend, worden bij de oefening genoteerd.
De lkr maakt nieuwe groepjes met groepjesmaker. De ll. gaan samen zitten met hun nieuwe partner en beginnen aan oefening 2. Op dergelijke manier worden al de oefeningen opgelost, telkens met een andere partner. Telkens worden de gewonnen punten bij de oefening geschreven. Wie heeft op het einde de meeste punten vergaard?

differentiatie:

– Zwakkere ll. maken slechts een gedeelte van de oefeningen. (bv.: oefening 1
   bestaat uit 5 sommen, zwakkere ll. maken enkel de eerste 3)
– Wijs er de sterkere ll. op dat ze de zwakkere moeten helpen (uitleggen)
– Maak het spel spannend door bij de laatste oefeningen meerdere dobbelstenen
   te gebruiken.

samenwerken

speeddate

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

kaartjes met vraag en antwoord

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Op het einde van de les kan je dit spel gebruiken om na te gaan of de kinderen de aangebrachte leerstof hebben begrepen. De helft van de kinderen gaat zitten, elk aan een aparte tafel. Voor hen ligt een stapel kaartjes. Op elk kaartje staat een vraag over de aangebrachte leerstof. Het antwoord staat er bij vermeld.
De overige kinderen (die niet aan een tafeltje zitten) gaan op het signaal van de leerkracht aan een willekeurige tafel zitten. Het kind dat aan tafel zit, neemt het eerste kaartje van de stapel en leest de vraag voor. Het bezoekende kind beantwoordt de vraag. Is het antwoord juist, krijgt het bezoekende kind het kaartje. Is het fout wordt het kaartje terug onder de stapel gestopt. Het bezoekende kind gaat dan naar een volgende tafel.
Na 5 minuten stopt het spel. Het kind dat de meeste kaartjes heeft verzameld bij het speeddaten, is de winnaar.

differentiatie:

  • Wie het moeilijk vindt, kan je een aantal jokers geven. Indien ze deze inruilen krijgen ze de eerste letter van het antwoord.
  • Je kan ook duo’s vormen van een sterke en een zwakkere leerling die dan samen aan een tafel gaan zitten.
  • Je kan hulpmiddelen geven om het antwoord op de vraag te zoeken (handboek, werkschrift, …)

    speeddating

spelwerkvorm: vraag- en antwoordenslang

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

vraag- en antwoordkaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal kaartjes)

spelverloop:

Bedenk een behoorlijk aantal vragen en bijbehorende antwoorden (zie bijlage of eventueel vragen over het actuele W.O.-thema)  Zowel de vragen als de antwoorden moeten kort geformuleerd worden. Schrijf de vragen en antwoorden op kaartjes, op zo’n manier dat de vraag en het antwoord niet op hetzelfde kaartje staan. (dominovorm) Voor elke groep staat er vooraan in de klas een doos waarin alle kaartjes worden gestopt.
De klas wordt verdeeld in groepjes van 3 tot 4 leerlingen. Iedereen begint met het oplossen van oefening 1. Vooraf wordt afgesproken hoeveel kaartjes er kunnen worden verdiend bij het juist oplossen van de oefening. De leerlingen werken individueel.
Na het oplossen, wordt de oefening klassikaal verbeterd. Elke groep, waar elk groepslid de oefening juist heeft opgelost, mag het aantal kaartjes uit hun doos nemen. De leerlingen beginnen aan de volgende oefening waarbij eerst weer het aantal te verdienen kaartjes wordt afgesproken. Als al de oefeningen zijn opgelost, probeert elke groep een zo lang mogelijke vraag- en antwoordenslang te maken. De groep die de langste slang heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Geef na het individueel oplossen van een oefening één minuut extra overlegtijd om de antwoorden van elk groepslid te vergelijken en eventueel te verbeteren.
  • Duid een groepsleider aan die de oefening niet moet maken maar de overige groepsleden moet helpen bij het oplossen van de oefening.
  • Voorzie een tijdslimiet. (veel tijd voor moeilijke oefeningen, weinig tijd voor gemakkelijke oefeningen)
  • Geef leerlingen die het moeilijk vinden 1 vetokaartje (of 2,3…)dat ze kunnen afgeven om een gemaakte fout te doen verdwijnen.

    vraag- en antwoordenslang (vragen)

slangen-0007-300x300

werkvorm: spurtspel

te gebruiken bij:

taal, rekenen, Frans, W.O., …

materiaal:

bedenk vooraf 10 vragen over je lesonderwerp (20 kinderen 10 vragen, 22 kinderen 11 vragen,…)
kaartjes met antwoorden (voor elk kind 1 kaartje)

tijdsduur:

ganse les

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in twee groepen. Elke groep krijgt een envelop met kaartjes. Op de kaartjes staan antwoorden van  vragen die tijdens het verloop van de les gesteld worden. Elke groep heeft dezelfde antwoorden op de kaartjes staan, de ene groep op rode kaartjes, de andere groep op blauwe kaartjes.
In elke groep worden de kaartjes verdeeld onder de groepsleden. Ze mogen zelf bepalen wie welk kaartje neemt. Na het verdelen gaan de kinderen terug op hun plaats zitten en begint de les.
Tijdens de les stelt de leerkracht nu en dan een vraag waarvan het antwoord op een kaartje staat. De twee leerlingen (één van de rode groep en één van de blauwe groep) die het antwoord van de vraag op hun kaartje hebben staan, lopen zo snel mogelijk naar de leerkracht om dit te overhandigen. Wie eerst is, krijgt een blokje voor zijn groep. De groep die op het einde van de les de hoogste blokkentoren heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Je kan tijdens de les de vragen projecteren op het digitale bord.
  • Je kan op elk kaartje de moeilijkheidsgraad van de oefening aanduiden zodat de kaartjes beter verdeeld kunnen worden volgens het niveau van de groepsleden. (*=gemakkelijk, **=middelmatig, ***=moeilijk)
  • Je kan ook een belletje gebruiken. Wie het eerst het belletje doet rinkelen, mag het antwoord geven.
  • Zonder blokjes gaat ook. Gebruik een scorebord op het bord of deel snoepjes uit in plaats van blokjes.
  • Mindere leerlingen kunnen hun gewonnen prijs (blokje, snoepje) verdubbelen.

    images

tafels oefenen: 8-letterwoordenspel

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

werkblaadjes 8-letterwoordenspel (zie bijlage)
invulrooster (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

Spelverloop:

Bij dit rekenspel kan je op een leuke manier tafels inoefenen.
De leerkracht projecteert op het bord een blad met 8 tafeloefeningen. Onder deze oefeningen staan 16 oplossingen. Bij elke oplossing staat een letter. (zie bijlage )
De kinderen lossen de oefeningen één voor één op. De letter die bij de oplossing hoort, noteren ze in het invulrooster (zie bijlage) op dezelfde plaats als de oefening.
Wanneer elke oefening is opgelost, staat in elk vakje van het invulrooster een letter. Met deze letters moeten ze een 8-letterwoord vormen. De eerste letter van het woord staat in het eerste vakje. Het woord is gevormd van links naar rechts. Wie vindt als eerste het 8-letterwoord?
Als je meerdere kaarten hebt, kan je elk kind één kaart geven met een invulrooster. Wie het woord heeft gevonden, vertelt het aan de leerkracht. Is de oplossing juist, krijgt het kind een nieuwe kaart en een nieuw invulrooster.
Kaarten met opdrachten kan je zelf maken. Je kan dan eventueel de leesrichting veranderen. (voorbeeld van onder naar boven, van rechts naar links…)
Een lijst met 8-letterwoorden vind je bij http://www.woordenraden.nl/achtletterwoorden/

tafelkaart-1920

tafelkaart-1718

tafelkaart-1516

tafelkaart-1314

tafelkaart-1112

tafelkaart-910

tafelkaart-78

tafelkaart-56

tafelkaart-34

tafelkaart-12

oplossing-tafelkaarten-1-20

tafels

 

woordenschat inoefenen met woordenduel

te gebruiken bij:

Frans, taalschat

Materiaal:

rode kaartjes met woorden (zie bijlage)
blauwe kaartjes met verklaring (vertaling) van de woorden (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens de les zijn nieuwe woorden (Franse woordenschat met vertaling, Nederlandse woorden met verklaring) aangebracht. Dit spel kan op het einde van de les worden gebruikt om deze woorden in te oefenen.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ieder krijgt een werkblad: de ene leerling een rood blad met de woorden, de ander een blauw blad met de verklaringen (vertalingen). De leerlingen knippen de kaartjes uit en maken een stapeltje. De woorden zijn genummerd. Ze worden geordend van 1 tot 20 (afhankelijk van het aantal kaartjes).
Wanneer beide leerlingen klaar zijn, begint het spel. De leerling met het rode kaartje bekijkt het woord op kaartje 1 en zegt de verklaring (vertaling) van het woord. De leerling met het blauwe kaartje controleert en zegt op zijn beurt het woord dat bij de verklaring (vertaling) op zijn kaartje 1 hoort. (voorbeeld Frans: rode kaartje 1= une fille, blauwe kaartje 1= een meisje,   voorbeeld Nederlands: rode kaartje 1=betweter, blauwe kaartje 1= wie alles beter meent te weten))
De leerling die het juiste antwoord heeft gegeven, mag zijn kaartje behouden en achter zijn stapel kaartjes steken. Wie het foute antwoord heeft gegeven, moet zijn kaartje aan zijn tegenspeler overhandigen. Daarna spelen ze verder met kaartje 2, 3, …
Wie op het einde de meeste kaartjes heeft, is de winnaar.
Na het spel kunnen de stapels kaartjes onder de spelers verwisseld worden.

woordenduel voorbeeld Frans(1)

woordenduel voorbeeld Frans(2)

meer info? ivocreemers@hotmail.com

images

woordenschat vier op een rij

te gebruiken bij:

Frans, taalschat (rekenen, W.O., …)

materiaal:

spelbord vier op een rij (zie bijlage )
rode en blauwe woordkaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Tijdens de les worden nieuwe Franse woorden en hun verklaring aangebracht. De verdere inoefening van deze woorden kan gebeuren met behulp van dit spel ‘vier op een rij’.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ze krijgen een spelbord ‘vier op een rij’ (zie bijlage)  en elk een werkblad waarop alle nieuwe Franse woorden staan (zie bijlage). De eerste leerling krijgt een blauw werkblad, de tweede leerling een rood werkblad. Beide leerlingen knippen hun woordkaartjes uit. Op het spelbord staan de vertalingen van alle nieuwe Franse woorden.
De eerste leerling legt een blauw woordkaartje op de bijhorende vertaling op het spelbord. Daarna legt de tweede leerling een rood woordkaartje bij een verklaring op het spelbord. Om de beurt leggen de leerlingen een woordkaartje op het bord. Wie als eerste vier kaartjes van zijn kleur op een rij heeft, is de winnaar (horizontaal, verticaal of diagonaal).

differentiatie:

download

oefenblaadjes maaltafels met QR-code oplossing

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

oefenblaadjes tafels van vermenigvuldiging (zie bijlage)
QR-code scanner op tablet, laptop, chromebook…

tijdsduur:

5 minuten per oefenblaadje

spelverloop:

De kinderen vinden het meestal niet leuk om rijtjes oefeningen van de tafels van vermenigvuldiging op te lossen. Ook het verbeteren is een saaie bedoening.
Een leuk alternatief is het oplossen van oefenblaadjes waarbij de kinderen achteraf hun werk zelf kunnen verbeteren met bijhorende QR-code. De kinderen scannen de QR-code met de QR-code scanner op hun tablet, laptop of chromebook en krijgen onmiddellijk de oplossing van hun werkblaadje. Ze kunnen zelf aan de slag om te verbeteren.
Het maken van dergelijke oefenblaadjes met QR-code vergt wel wat werk maar de kinderen zijn zelfstandig bezig, kunnen meer oefeningen maken en ze vinden het heel plezant. Veel plezier!

maaltafels 1

maaltafels 2

maaltafels 3

maaltafels 4

maaltafels 5

maaltafels 6

maaltafels 7

maaltafels 8

maaltafels 9

maaltafels 10

 

actieve werkvorm: schattenjacht

te gebruiken bij:

herhalingsoefeningen taal of rekenen
materiaal:
kaartjes met oefeningen

tijdsduur:

30 minuten

spelverloop:

De lk. neemt fotokopieën van de oefeningen die moeten gemaakt worden. (zoveel als er ll. in de klas zijn) De oefeningen worden verknipt en bij elkaar gelegd, nummer bij nummer. Als er 10 oefeningen zijn, worden de oefeningen 2 tot en met 10 op verschillende plaatsen verstopt. (niet in de klas, wel in de gang of in aangrenzende lokalen)
Bij het begin van de les krijgt elke ll. oefening 1 op een kaartje. Ze lossen deze oefening individueel op.
Wanneer ze klaar zijn met oefening 1, tonen ze de oplossing aan de lkr. De lkr verbetert. Is de oplossing juist, toont de lkr. de plaats waar oefening 2 te vinden is. (plaats staat op een briefje geschreven dat de lkr. aan de ll. toont) Is de oplossing fout, gaat de ll. terug naar zijn plaats om de fout te verbeteren.
Op deze manier proberen de ll. al de verstopte oefeningen te vinden en op te lossen.
Wanneer een ll. de 10° oefening heeft opgelost en de oplossing is juist , toont de lkr. een 11° locatie op zijn briefje. Daar vindt de ll. een beloning. (snoepje, sticker…)

differentiatie:

– De oefeningen per twee oplossen waarbij een betere leerling met een zwakkere
   leerling een groepje vormt.
– Kinderen die veel fouten maken hulpmiddelen aanreiken. (onthoudboek laten
   gebruiken, hulp aan buur vragen…)
– Leerlingen die zwakker zijn voor rekenen, minder oefeningen geven. (van
   oefening 1 naar locatie 3, dan 5, 7 …)

schatkist-9075