taalspel: kennismaking

te gebruiken bij:

eerste dag schooljaar

materiaal:

etiketten met de namen van de kinderen
strookjes met info van elk kind

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De kinderen krijgen elk een strookje papier. Hier staat de naam van een klasgenootje op. Ook staan algemene gegevens over het klasgenootje op dit strookje: naam, voornaam, adres, woonplaats, geboorteplaats, geboortedatum.
De kinderen gaan in een kring zitten. Elke leerling leest in raadselvorm de info van het klasgenootje op het strookje voor. (voorbeeld: mijn klasgenootje is een jongen, zijn voornaam bestaat uit twee lettergrepen, zijn familienaam rijmt op …, hij woont kort bij de kerk, hij is geboren in een vakantiemaand…) De overige leerlingen proberen te raden over wie het gaat. Bij het voorlezen mogen geen uiterlijke kenmerken van het klasgenootje worden genoemd. Op deze manier worden al de kinderen van de klas voorgesteld.
De leerkracht kleeft daarna op de rug (of op het voorhoofd) van elk kind een sticker waarop de naam van een klasgenootje staat. De kinderen mogen vrij rondwandelen in de klas. Ze mogen aan een medeleerling telkens één vraag stellen. Deze vraag gaat over uiterlijke kenmerken. (voorbeeld: Is het een jongen/meisje? Draagt hij/zij een bril? Heeft hij/zij blond/bruin/zwart haar? Draagt hij/zij een lange broek? …) Op die manier proberen ze te achterhalen welke leerling op het stickertje op hun rug (of op hun voorhoofd) staat.
Als ze denken te weten wie de medeleerling op het stickertje is, komen ze de naam zeggen bij de leerkracht. Is de naam juist, krijgen ze een volgende sticker met een andere naam.
Veel plezier!
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

kennismaken

taalspel Frans: tekst aanbrengen

te gebruiken bij:

Frans

materiaal:

werkblad met vertaling van de Franse zinnen (door elkaar)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De leerkracht plaatst de nieuwe Franse tekst op het bord. (meestal een dialoog)
De tekst bevat heel wat woorden die de leerlingen nog niet kennen. De leerkracht leest de tekst één keer voor. De zinnen worden niet vertaald. De leerkracht nummert de Franse dialoogzinnen.
De leerkracht geeft aan elke leerling een werkblad. Hierop staan al de Franse zinnen van de dialoog, vertaald naar het Nederlands. De dialoog staat echter niet in de juiste volgorde.
De leerlingen werken gedurende 5 minuten. Ze zoeken de Nederlandse zin die bij de Franse dialoogzin hoort en noteren er het juiste nummer bij. (sommige zinnen bevatten eerder aangeleerde woorden en zijn dus makkelijk te vertalen.)
De leerlingen krijgen nog een keer 5 minuten werktijd. Ze krijgen nu een Frans-Nederlands woordenboek dat ze kunnen gebruiken om moeilijke woorden op te zoeken.
Na 10 minuten hebben de leerlingen al de Nederlandse zinnen genummerd en gekoppeld aan een Franse zin. De leerkracht leest de Franse tekst luidop voor en vraagt naar de vertaling bij elke zin. Wie heeft de meeste zinnen juist vertaald?

differentiatie:

  • Wie het moeilijk vindt, krijgt vanaf het begin een Frans-Nederlands woordenboek.
  • Geef de leerlingen een Nederlands-Frans woordenboek. (ze leren meer woorden kennen via de context)
    Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!Fransman