Frans: welke vertaling ontbreekt?

te gebruiken bij:

aanbrengen woordenschat Frans

materiaal:

kleine kaartjes met de vertaling van de aan te brengen Franse woorden
woordenboeken Nederlands-Frans en Frans-Nederlands

tijdsduur: 20 minuten

spelverloop:

Op het bord staan de nieuwe Franse woorden. Deze worden een aantal maal luidop gelezen. Ze worden niet vertaald. Elk kind krijgt een briefje waarop de nieuwe Franse woorden staan (zie bijlage).
De leerkracht heeft de vertalingen van  de nieuwe Franse woorden op kleine kaartjes geschreven. Deze kaartjes hangen verspreid op in de klas. Van elk Frans woord is er een kaartje met de vertaling op,  behalve van één. (voorbeeld: 20 nieuwe Franse woorden, 19 vertalingen op kaartjes) De kinderen krijgen de opdracht om te achterhalen van welk Frans woord de vertaling niet gegeven is.
Gedurende 5 minuten mogen de kinderen vrij rondwandelen in de klas en de kaartjes bekijken. Ze noteren de verklaringen op hun briefje bij het passende Franse woord. Het briefje met de Franse woorden moeten ze op hun tafel laten liggen.
Nadien krijgen de kinderen gedurende 5 minuten een Frans-Nederlands woordenboek ter beschikking. Dit gebruiken ze om woorden op te zoeken waarvan ze de betekenis niet hebben gevonden.
Ten slotte krijgen de kinderen gedurende 5 minuten een Nederlands-Frans woordenboek.
Na een kwartier gaan de kinderen terug op hun plaats zitten. Elke leerling markeert op zijn briefje het woord waarvan hij denkt dat de vertaling niet gegeven was.
De leerkracht haalt de kaartjes op en zegt van welk Frans woord het de vertaling is. Wie heeft het juiste woord gemarkeerd?
meer info: ivocreemers@hotmail.com

vraagteken

tafels oefenen: rekenspel dobbeldraai

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

spelkaart (zie bijlage)
2 x 20 gekleurde blokjes of schijfjes
2 pionnen

tijdsduur: 15 minuten

spelverloop:

De kinderen zitten per twee aan een tafel. Elke speler heeft 20 gekleurde blokjes, elk een andere kleur. Op de tafel ligt de kaart ‘dobbeldraai’ (zie bijlage). De eerste speler plaatst de twee pionnen willekeurig beneden op de kaart, 1 pion op het eerste rijtje van 4 cijfers, de andere pion op het andere rijtje. Speler 1 vermenigvuldigt de 2 cijfers waar de pionnen op staan en plaats één van zijn gekleurde blokjes op de oplossing bij de 36 cijfers bovenaan. Daarna is speler 2 aan de beurt. Deze speler mag beneden 1 pion 1 vakje verschuiven. Speler 2 vermenigvuldigt de 2 cijfers en plaatst zijn gekleurd blokje bovenaan bij de oplossingen. Daarna verschuift speler 1 een pion en vermenigvuldigt…
Elke speler probeert een blokje van de tegenstander in te sluiten. (voorbeeld: een rood blokje ligt tussen twee gele blokjes) Wanneer een blokje van de tegenstander is ingesloten, mag de speler dit blokje wegnemen en een blokje van zijn eigen kleur op die plaats leggen. Insluiten kan horizontaal, verticaal en diagonaal. Wie op het einde de meeste blokjes op het spelbord heeft liggen, is de winnaar.

dobbeldraai_vermenigvuldigen__1_

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

dobbeldraai_afb_vermenigvuldigen_3_news_detail

tafels oefenen: rekenspel ‘jippen’

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

kaarten jippen (zie bijlage)

tijdsduur: 15 minuten

spelverloop:

De kinderen spelen per twee. Ze zitten aan een tafel. Op de tafel liggen kaartjes. Op de kaartjes (zie bijlage) staan vier cijfers. Het bovenste cijfer stelt de uitkomst van een oefening voor. De overige drie cijfers, die in een cirkelvorm staan, zijn de termen van de vermenigvuldiging.
Alle kaartjes liggen omgekeerd op tafel. Elke speler kiest één kaartje en legt dit omgekeerd  aan de linkerkant voor zich op tafel. Alle andere kaartjes worden nu omgekeerd zodat ze zichtbaar zijn. Ze worden verspreid over de tafel. Op het signaal keren de twee spelers hun kaartje om. Ze bekijken het bovenste cijfer. Dit is de oplossing van een tafel van vermenigvuldiging. Ze zoeken bij de kaartjes op tafel twee cijfers uit de cirkel waarmee ze de oplossing kunnen bekomen. (voorbeeld: bovenste cijfer is 48, speler zoekt kaartje met cijfer 6 en 8) Ze nemen dit kaartje en leggen dit naast hun startkaart. Op de volgende kaart staat bovenaan weer een cijfer dat ze met twee termen van een andere kaart moeten bekomen. Op die manier proberen ze zo snel mogelijk 12 kaartjes naast elkaar te leggen. Wie als eerste 12 kaartjes heeft, roept ‘stop’.  Dit is de winnaar. (oefeningen nakijken!!)
Voor meer uitleg en meer spelvormen …. zie bijlage.

jippen-instructie

jippen-kaartjes

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

jippen1

tafels oefenen: rekenspel ‘haaibaai’

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

kaartjes met oefeningen en kaartjes met bijhorende oplossingen (zie bijlage)

tijdsduur: 15 minuten

spelverloop:

De kinderen spelen per twee. Ze nemen plaats aan een tafel. Op de tafel ligt een stapel kaartjes omgekeerd op tafel. Dit zijn de kaartjes met de oefeningen. (zie bijlage) Naast deze stapel liggen de kaartjes met de oplossingen . Deze liggen open op tafel verspreid, de oplossing is zichtbaar.
De eerste speler draait een kaartje met een oefening om. De twee spelers proberen zo snel mogelijk hun hand op het kaartje met de oplossing te leggen. Wie het eerst is, neemt het kaartje met de oefening en legt het voor zich neer. Daarna draait speler 2 een kaartje met een oefening om. Ook nu proberen de 2 spelers zo snel mogelijk hun hand op het kaartje met de oplossing te leggen.
Op die manier worden al de kaartjes van de stapel met oefeningen omgedraaid en opgelost. Wie heeft op het einde de meeste kaartjes?
Je kan de kinderen ook laten spelen per drie waarbij één speler de kaartjes omdraait en de andere twee spelers het spel spelen.

haaibaai-uitleg

haaibaai-vermenigvuldigen-1

haaibaai-vermenigvuldigen-2

haaibaai-vermenigvuldigen-3

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

images

tafels oefenen: rekenspel Canadees rekenen.

te gebruiken bij:

rekenen (tafels van vermenigvuldiging)

materiaal:

20 rode en 20 blauwe blokjes (schijfjes)
2 pionnen
speelkaart (zie bijlage)

tijdsduur: 15 minuten

spelverloop:

De kinderen spelen per twee. Ze krijgen elk 20 gekleurde blokjes, elk een andere kleur. Voor de spelers ligt de speelkaart ‘Canadees rekenen’ op tafel. (zie bijlage) De eerste speler plaatst de twee pionnen willekeurig beneden op de kaart, 1 pion op het eerste rijtje van 4 cijfers, de andere pion op het andere rijtje. Speler 1 vermenigvuldigt de 2 cijfers waar de pionnen op staan en plaats één van zijn gekleurde blokjes op de oplossing bij de 36 cijfers bovenaan. Daarna is speler 2 aan de beurt. Deze speler mag beneden 1 pion 1 vakje verschuiven. Speler 2 vermenigvuldigt de 2 cijfers en plaatst zijn gekleurd blokje bovenaan bij de oplossingen. Daarna verschuift speler 1 een pion en vermenigvuldigt.
Als een speler een pion verschuift maar de oplossing van zijn oefening staat bovenaan niet meer vrij, gaat de beurt naar de andere speler. Wie kan de meeste blokjes op het spelbord leggen?
Of… wie kan als eerste vier op een rij maken?
Veel plezier!

canadees_rekenen_vermenigvuldigen__1_-1

canadees_rekenen_vermenigvuldigen__2_-1

canadees_rekenen_vermenigvuldigen__3_-1

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

download

spelvorm: de minste knikkers

te gebruiken bij:

herhalingsoefeningen taal, rekenen, Frans

materiaal:

potjes met 10 knikkers (zoveel potjes als er groepen zijn)

oefeningen op strookjes

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes van 3 of 4 kinderen.

Vooraan in de klas staan er genummerde potjes met knikkers, in elk potje 10. Elke groep krijgt één potje toegewezen.

Elke groep krijgt dezelfde oefeningen. Elke oefening staat op een apart strookje. Er zijn moeilijke en gemakkelijke oefeningen. (zonnetjes, maantjes, sterretjes)

Op het signaal van de lkr. begint elke groep aan het oplossen van de oefeningen. Elke groep bepaalt zijn eigen strategie. (wie neemt de zonnetjes? Wie de sterretjes? Wie de maantjes?) Elk groepslid neemt één strookje.

Wanneer een groepslid een oefening heeft opgelost, laten ze deze verbeteren door de lkr. Is de oefening juist opgelost, mag het groepslid een knikker uit zijn potje verwijderen en in een ander potje deponeren. Daarna mag het groepslid een nieuw strookje met een oefening gaan oplossen.

Is de oefening fout opgelost, moet het groepslid een knikker uit een ander potje nemen en in zijn eigen potje deponeren. Daarna neemt het groepslid een volgend strookje.

Na een vooraf bepaalde tijd wordt er gekeken wie de minste knikkers in zijn potje heeft. Deze groep is de winnaar.

 

differentiatie:

– Eén groepslid (sterke ll.) lost geen oefeningen op maar kijkt de oplossingen van

de andere leden na voor ze worden nagekeken door de lkr.

– Elk groepslid krijgt een stapeltje oefeningen die variëren qua moeilijkheid.

(zwakke ll. makkelijke oefeningen, sterkere ll. moeilijke oefeningen)

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

download

woordspel Frans: het alfabet

te gebruiken bij:

aanbreng Franse woorden

materiaal:

kaartjes met Franse woorden, achterzijde de verklaring

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De leerkracht vraagt aan de kinderen om op een blaadje het alfabet te noteren. Als deze opdracht uitgevoerd is, toont de leerkracht een alfabet op het bord. Bij een aantal letters op het bord zijn nieuwe Franse woorden geschreven, 15 in het totaal. (voorbeeld: bij de letter P staat het woord ‘un pont’) De woorden worden door de leerkracht gelezen maar niet vertaald. (zie bijlage)
De kinderen krijgen de opdracht om zo veel mogelijk Franse woorden, die op het bord in het alfabet staan, te onthouden. (met lidwoord en juiste schrijfwijze) Na een aantal minuten verdwijnt het alfabet op het bord en proberen de kinderen de woorden die ze hebben onthouden bij hun alfabet op hun blaadje te noteren.  De kinderen verwisselen na een tijdje hun blaadje met het blaadje van het kind dat naast hen zit. De woorden worden terug op het bord geplaatst, de kinderen verbeteren het blaadje dat voor hen ligt. Elk kind krijgt zijn blaadje terug en schrijft de ontbrekende woorden over van het bord.
Elk kind heeft nu alle 15 nieuwe woorden bij het alfabet op zijn blaadje staan.
In de klas heeft de leerkracht 20 woordkaartjes opgehangen. (15 woorden van het alfabet en 5 nieuwe) Op elk woordkaartje staat een Frans woord uit het alfabet met op de achterzijde de Nederlandse verklaring. De kinderen lopen vrij rond in de klas en proberen gedurende 5 minuten de verklaring van de 15 woorden op hun blaadje te achterhalen door op de achterzijde van de kaartjes te gaan kijken. Wie heeft de meeste verklaringen gevonden als de tijd voorbij is?
Op de kaartjes stonden ook 5 woorden die de kinderen nog niet op hun blaadje hadden geschreven. De kinderen proberen deze 5 woorden zo snel mogelijk te zoeken en te noteren op hun blaadje. Wie klaar is roept ‘stop’. Ook deze laatste 5 woorden worden gelezen en vertaald. (zie bijlage)
Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

abc

alfabet-met-20-woorden