Actieve werkvorm: één werkblad te weinig

te gebruiken bij:

taalschat, Frans woordenschat, …

materiaal:

Werkbladen met opdrachten (één minder dan er groepen zijn) (zie bijlage)
Kaartjes met oplossingen (voor elke groep een andere kleur) (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes (3 à 4 kinderen per groep). Elk groepje krijgt gekleurde kaartjes waarop de oplossing van een opdracht staat. Ieder groepje heeft dezelfde kaartjes maar in een andere kleur. Alle groepjes gaan naar een grote ruimte (turnzaal, eetzaal). Daar krijgt elke groep een plaats toegewezen aan één kant van de ruimte. Aan de andere kant van de ruimte staan borden van piepschuim, één bord minder dan er groepen zijn (voorbeeld: 6 groepen, 5 borden). Op deze borden hangen de werkblaadjes met de opdrachten.
Op het signaal van de leerkracht loopt één leerling van elke groep met een kaartje naar de borden.  De leerling prikt het kaartje met een speld bij de juiste oplossing en loopt terug om de volgende leerling aan te tikken. Deze neemt op zijn beurt een kaartje en loopt naar het bord.
Na een tijdje zijn sommige opdrachten allemaal reeds opgelost. Aangezien er één bord met opdrachten minder is, kan één groep zijn oplossing niet op het bord hangen. Als alle opdrachten zijn opgelost, stopt het spel.
De opdrachten worden gezamenlijk bekeken. De kaartjes die op de foute plaats hangen, worden verwijderd. Daarna worden de gekleurde kaartje van elke groep geteld. De groep die de meeste juiste kaartjes op de werkbladen had geprikt, is de winnaar.

differentiatie:

  • Geef meer kaartjes met oplossingen die niet nodig zijn. (vb: 20 opdrachten en 30 kaartjes)
  • Eerst lopen naar de borden, een opdracht kiezen, kaartje met oplossing halen en teruglopen naar het bord om het op te prikken.

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 2

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 3

taalschat thema 5 één werkblad te weinig opdracht 1

taalschat thema 5 één werkblad te weinig oplossing 1

taalschat thema 5 één werkblad te weinig oplossing 2

59586616-kleurrijke-silhouetten-van-kinderen-lopen

jumble: interactieve quiz

te gebruiken bij:

wereldoriëntatie, spelling, taal, …

materiaal:

tablet of chromebook of smartphone

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Jumble is een interactieve quiz die te vinden is op https://create.kahoot.it/  Op deze site kan je een ‘kahoot’ maken, een quiz met meerkeuzevragen, of een ‘jumble’, een quiz waarbij de antwoorden in de juiste volgorde moeten worden geplaatst. Een ‘jumble’ kan je op twee manieren spelen.
  1. Je formuleert een vraag. Het antwoord noteer je in stukken in de ‘jumble’. Bij het spelen van het spel moeten de kinderen de stukjes antwoord in de juiste volgorde plaatsen. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=49660bd4-18c0-47b7-9e49-54b191fabbba )
  2. Je maakt een invuloefening waarbij in een tekst vier woorden zijn weggelaten. Via ‘print screen’ en ‘paint’ kan je dit opslaan als JPEG bestand. Als je dit JPEG bestand opent kan je het via de knop ‘bewerken’ ook ‘bijsnijden en draaien’. Bewerk het zodat je enkel de invuloefening hebt. Deze sla je op als kopie (ook JPEG bestand).
Wanneer je de ‘jumble’ maakt, noteer je eerst de titel van je quiz. Daarna noteer je telkens als vraag ‘Vul de ontbrekende antwoorden in’. Druk op de knop ‘upload image’ en plaats je invuloefening. (=JPEG bestand, dus een image) De vier ontbrekende woorden uit je tekst, noteer je beneden in de juiste volgorde. Op deze manier maak je de volledige quiz met telkens een invuloefening met vier ontbrekende antwoorden. (voorbeeld vragen: https://create.kahoot.it/create#/edit/e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0/overview   quiz spelen: https://play.kahoot.it/#/?quizId=e40ea3a4-425a-407d-8350-5432d3a0b9f0
Veel plezier!

maxresdefault

speeddate

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

kaartjes met vraag en antwoord

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Op het einde van de les kan je dit spel gebruiken om na te gaan of de kinderen de aangebrachte leerstof hebben begrepen. De helft van de kinderen gaat zitten, elk aan een aparte tafel. Voor hen ligt een stapel kaartjes. Op elk kaartje staat een vraag over de aangebrachte leerstof. Het antwoord staat er bij vermeld.
De overige kinderen (die niet aan een tafeltje zitten) gaan op het signaal van de leerkracht aan een willekeurige tafel zitten. Het kind dat aan tafel zit, neemt het eerste kaartje van de stapel en leest de vraag voor. Het bezoekende kind beantwoordt de vraag. Is het antwoord juist, krijgt het bezoekende kind het kaartje. Is het fout wordt het kaartje terug onder de stapel gestopt. Het bezoekende kind gaat dan naar een volgende tafel.
Na 5 minuten stopt het spel. Het kind dat de meeste kaartjes heeft verzameld bij het speeddaten, is de winnaar.

differentiatie:

  • Wie het moeilijk vindt, kan je een aantal jokers geven. Indien ze deze inruilen krijgen ze de eerste letter van het antwoord.
  • Je kan ook duo’s vormen van een sterke en een zwakkere leerling die dan samen aan een tafel gaan zitten.
  • Je kan hulpmiddelen geven om het antwoord op de vraag te zoeken (handboek, werkschrift, …)

    speeddating

woordenschat inoefenen met woordenduel

te gebruiken bij:

Frans, taalschat

Materiaal:

rode kaartjes met woorden (zie bijlage)
blauwe kaartjes met verklaring (vertaling) van de woorden (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens de les zijn nieuwe woorden (Franse woordenschat met vertaling, Nederlandse woorden met verklaring) aangebracht. Dit spel kan op het einde van de les worden gebruikt om deze woorden in te oefenen.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ieder krijgt een werkblad: de ene leerling een rood blad met de woorden, de ander een blauw blad met de verklaringen (vertalingen). De leerlingen knippen de kaartjes uit en maken een stapeltje. De woorden zijn genummerd. Ze worden geordend van 1 tot 20 (afhankelijk van het aantal kaartjes).
Wanneer beide leerlingen klaar zijn, begint het spel. De leerling met het rode kaartje bekijkt het woord op kaartje 1 en zegt de verklaring (vertaling) van het woord. De leerling met het blauwe kaartje controleert en zegt op zijn beurt het woord dat bij de verklaring (vertaling) op zijn kaartje 1 hoort. (voorbeeld Frans: rode kaartje 1= une fille, blauwe kaartje 1= een meisje,   voorbeeld Nederlands: rode kaartje 1=betweter, blauwe kaartje 1= wie alles beter meent te weten))
De leerling die het juiste antwoord heeft gegeven, mag zijn kaartje behouden en achter zijn stapel kaartjes steken. Wie het foute antwoord heeft gegeven, moet zijn kaartje aan zijn tegenspeler overhandigen. Daarna spelen ze verder met kaartje 2, 3, …
Wie op het einde de meeste kaartjes heeft, is de winnaar.
Na het spel kunnen de stapels kaartjes onder de spelers verwisseld worden.

woordenduel voorbeeld Frans(1)

woordenduel voorbeeld Frans(2)

meer info? ivocreemers@hotmail.com

images

woordenschat vier op een rij

te gebruiken bij:

Frans, taalschat (rekenen, W.O., …)

materiaal:

spelbord vier op een rij (zie bijlage )
rode en blauwe woordkaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Tijdens de les worden nieuwe Franse woorden en hun verklaring aangebracht. De verdere inoefening van deze woorden kan gebeuren met behulp van dit spel ‘vier op een rij’.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ze krijgen een spelbord ‘vier op een rij’ (zie bijlage)  en elk een werkblad waarop alle nieuwe Franse woorden staan (zie bijlage). De eerste leerling krijgt een blauw werkblad, de tweede leerling een rood werkblad. Beide leerlingen knippen hun woordkaartjes uit. Op het spelbord staan de vertalingen van alle nieuwe Franse woorden.
De eerste leerling legt een blauw woordkaartje op de bijhorende vertaling op het spelbord. Daarna legt de tweede leerling een rood woordkaartje bij een verklaring op het spelbord. Om de beurt leggen de leerlingen een woordkaartje op het bord. Wie als eerste vier kaartjes van zijn kleur op een rij heeft, is de winnaar (horizontaal, verticaal of diagonaal).

differentiatie:

download

interactieve quiz maken met kahoot

te gebruiken bij:

wereldoriëntatie, Frans, taal, rekenen ….

materiaal:

1 laptop, tablet of chromebook per kind (of per twee)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal vragen)

spelverloop:

Een quiz van kahoot is gemakkelijk te maken, interactief, spannend … de ideale afsluiter van een les.
Om een quiz te maken surf je naar https://create.kahoot.it. Je krijgt onmiddellijk het scherm om je aan te melden. Dit kan je met je mailadres en je wachtwoord. Heb je nog geen account, dan kan je dat eerst doen via de knop ‘get my free account’. Na het aanmelden krijg je een overzicht van publieke kahoots waaruit je kan kiezen. Wil je zelf een kahoot maken klik je bovenaan op ‘new K’ en daarna op ‘quiz’. Kies een titel voor je quiz (title) en omschrijf het onderwerp (description). Duid aan: visible to… everyone, language … Nederlands, audience… school. Je kan ook een introductievideo toevoegen voor bij het begin van de quiz of een foto uploaden voor je titelscherm. Klik op ‘ok go’, daarna op ‘add question’. Je krijgt een scherm waar je de eerste vraag van je kwis kan maken. Schrijf bovenaan de vraag en geef vier mogelijke antwoorden. Illustreer met een foto of een video. Geef een tijdslimiet op en duid aan of punten moeten worden toegekend. Vergeet niet het juiste antwoord aan te vinken. Ben je klaar klik je op ‘next’. Je kan nu de volgende vraag maken. Ben je klaar met het maken van al de vragen, klik je op ‘save’. Je vindt je quiz op de beginpagina bij ‘my kahoots’.
Om de quiz te spelen surfen de kinderen op hun tablet, laptop of chromebook naar https://kahoot.it/#/ . De leerkracht klikt bij ‘my kahoots’ op ‘play’ bij de te spelen quiz. Duid op het volgende scherm ‘classic’ aan. Op het scherm van het digitale bord verschijnt de game code van de quiz. Deze code vullen de kinderen, samen met hun naam,  in op hun tablet, laptop of chromebook. De spelers verschijnen op het bord. De quiz kan beginnen door op ‘start’ te klikken. Na elke vraag verschijnt er een scorebord. Na de laatste vraag is de winnaar bekend.
Veel plezier.

a5bc8ebe-f0bb-44cd-bf0c-c12bc44c8260

meer info: ivocreemers@hotmail.com

dubbele woordzoeker

Wil je alle werkvormen op papier? Graag een mailtje naar ivocreemers@hotmail.com.

te gebruiken bij:

spelling, taalschat

materiaal:

twee woordzoekers met dezelfde woorden (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens dit spel kan je op een leuke manier de nieuwe woorden van spelling aanbrengen. Daarvoor heb je twee woordzoekers nodig, beide gevormd met dezelfde woorden. Deze woordzoekers zijn eenvoudig te maken via de link http://smhc.vndijk.nl/spelletjes/woordzoeker/zelf_woordzoeker_maken.php
Plaats eerst de woorden die je wil aanbrengen in het kader op de beginpagina, op elke regel een woord. Geef de puzzelhoogte en –breedte op. Voor de eerste woordzoeker kies je voor de eenvoudige versie (aanvinken). De woorden zijn dan zeer gemakkelijk terug te vinden in de woordzoeker. Klik op ‘maak de puzzel’ en print af. Daarna maak je met dezelfde woorden een tweede woordzoeker maar nu kies je niet voor de eenvoudige versie. In deze woordzoeker zijn de woorden veel moeilijker te vinden. Print ook deze woordpuzzel af.
Plaats beide woordpuzzels onder elkaar op één blad. (zie bijlage) De woorden die moeten worden gezocht zijn niet gegeven. De kinderen gaan nu op zoek naar woorden die zowel boven als onder in de woordzoeker staan. Ze proberen op die manier zo veel mogelijk ‘duo’s’ te vinden.
Variant: Telkens wanneer een minuut verstreken is, duidt de leerkracht in de bovenste woordzoeker een woord aan. De kinderen proberen dit woord terug te vinden in de onderste woordzoeker. Op die manier vinden ze gemakkelijker een ‘duo’.
Wie heeft na 10 of 15 minuten de meeste duo’s gevonden?
dubbele woordzoeker
meer info: ivocreemers@hotmail.com

dubbele woordzoeker

 

spelvorm: vier op een rij

te gebruiken bij:

Frans (woordenschat), rekenen, taalschat, verkeer, …

materiaal:

rooster vier op een rij (zie bijlage)
woorden, prentjes of cijfers op kaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Op het einde van een les kan je het spel “vier op een rij” spelen om te kijken of de kinderen de leerstof hebben begrepen. Hier volgen een aantal voorbeelden hoe je het bij de verschillende vakonderdelen kan aanpakken.
  1. rekenen: De kinderen krijgen een rooster waarop 16 verschillende cijfers staan. Deze cijfers zijn de oplossingen van de oefeningen die de leerkracht zo dadelijk opsomt. De kinderen knippen de kaartjes uit en leggen ze willekeurig op het lege rooster (zie bijlage) De leerkracht zegt de eerste oefening. De leerlingen leggen op de oplossing op hun rooster een blokje (of zetten een kruisje). De leerkracht leest de volgende oefeningen voor. De kinderen leggen telkens een blokje (kruisje) op de juiste oplossing. Wie als eerste vier blokjes op een rij heeft (horizontaal, verticaal of diagonaal) is de winnaar.
  2. taalschat: De nieuwe woordenschat wordt aangebracht en verklaard. De kinderen krijgen een rooster met 16 nieuwe woorden. Ze knippen deze uit en plaatsen ze willekeurig op het lege rooster. De leerkracht leest de eerste omschrijving van een woord. De kinderen leggen een blokje… Wie heeft het snelst vier op een rij?
  3. Verkeer: In de klas worden 16 verkeersborden besproken. (kleur, betekenis…) De kinderen krijgen een rooster met de 16 verkeersborden. Ze knippen ze uit en plaatsen ze willekeurig op het lege rooster. De leerkracht leest de betekenis van een verkeersbord voor. De kinderen leggen een blokje….
  4. Frans: De nieuwe Franse woorden worden gelezen en vertaald. De kinderen krijgen een rooster met 16 prentjes (zie bijlage), verknippen ze en leggen ze op het lege rooster. De leerkracht leest het eerste Franse woord. De kinderen leggen een blokje … Nadien eventueel met 16 Franse woorden op het lege rooster, 16 Nederlandse woorden op het rooster … (zie bijlage)

    leeg-rooster-vier-op-een-rij

  5. prentjes-vier-op-een-rij
  6. vier-op-een-rij-Franse-woorden
  7. vier-op-een-rij-Nederlandse-woorden

vier

taalspel Frans: woordenschatspelletjes

te gebruiken bij:

woordenschat (Frans) , herhalingslessen

materiaal: /

tijdsduur:

10 minuten per spel

spelverloop:

Spel 1: Op het bord staan 10 Franse woorden. Deze worden gelezen en vertaald. Samen met de leerlingen wordt aan elk woord een gebaar gekoppeld waarmee het woord omschreven wordt. (voorbeeld: une gare = draaiende beweging maken met de handen (wielen), une table = met een vinger een rondje maken, un magasin = met twee handen een karretje vooruit duwen…) Als al de gebaren bij de woorden goed zijn ingeoefend, wordt de klas in drie groepen verdeeld. De kinderen van elke groep gaan achter elkaar in een rij staan met het gezicht naar de voorzijde van de klas. De leerkracht toont aan het laatste kind van elke rij een woord. Op signaal van de leerkracht fluistert elk kind het woord in het oor van de volgende in de rij. De eerste in de rij, vooraan in de klas, toont om ter snelst het gebaar dat bij het woord hoort. Wie eerst is, krijgt een punt. De groep die als eerste 5 punten heeft, is de winnaar.
Spel 2: De leerkracht noteert de volgende 10 woorden op het bord. Bij elk woord wordt een gebaar gezocht dat op de rug van een leerling kan getekend worden. (voorbeeld: un boucher = met de hand snijden op de rug, un boulanger = kneden met twee handen op de rug…) De leerlingen vormen weer drie groepjes en gaan in een rij staan. De leerkracht toont aan de laatste een woord. Door het gebaar op de rug van de volgende leerling te tekenen, wordt het woord doorgegeven. De laatste leerling in de rij zegt zo snel mogelijk het woord dat bij het gebaar hoort. Wie eerst is, krijgt een punt. De groep die als eerste 5 punten heeft, is de winnaar.
Spel 3: De leerkracht noteert 10 werkwoorden op het bord. Hij beeldt elk werkwoord uit. De drie rijen worden gevormd. De leerkracht zegt een werkwoord aan de eerste leerling. Het woord wordt doorgefluisterd. De laatste leerling in de rij beeldt het werkwoord uit. Wie eerst is, krijgt een punt. De groep die als eerste 5 punten heeft, is de winnaar.
Veel plezier!
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

rij kinderen

taalspel: woordenschat aanbrengen

te gebruiken bij:

woordenschat Nederlands of Frans

materiaal:

werkblad met woorden en verklaringen

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

De leerkracht maakt vooraf een werkblad waarop al de woorden en bijhorende verklaringen staan. (zie voorbeeld beneden) Al de woorden staan in kleine vakjes, de verklaringen in grotere vakjes. Alles staat door elkaar.
De klas wordt verdeeld in groepjes van drie. Elk groepje krijgt een werkblad. Ze verknippen al de vakjes en leggen ze op tafel.
De groepjes krijgen 5 minuten tijd om al de woorden bij de passende verklaringen te leggen. Nadien krijgen ze nog 5 minuten tijd waarbij ze hun woordenboek mogen gebruiken om eventueel woorden op te zoeken.
Op het signaal van de leerkracht worden al de woordenboeken weggelegd. Op het bord toont de leerkracht de oplossing. Bij elk woord geeft de leerkracht extra uitleg en voorbeelden.
Elk groepje legt al de kaartjes terug op een stapeltje. Eén leerling van elk groepje wisselt van plaats met een leerling van een ander groepje. Op het signaal van de leerkracht proberen deze leerlingen zoveel mogelijk woorden bij de verklaring te leggen. De twee overige leerlingen spelen jury en kijken of er kaartjes fout liggen. Na 2 minuten wordt er gekeken wie de meeste woorden met hun verklaring heeft gevonden.
Een andere leerling wisselt van plaats. Al de kleine kaartjes (woorden) worden op een rij gelegd. Op het signaal van de leerkracht legt de verwisselde leerling de verklaringen bij de woorden. Wie is het snelst klaar? De twee overige leerlingen spelen weer jury.
De laatste leerling van elke groep wisselt. Nu liggen al de grote kaartjes (verklaringen) klaar op een rij. De woorden worden zo snel mogelijk bij de verklaringen gelegd. Wie eerst klaar is, wint.
Veel plezier!
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

woordkaartjes

taalspel: hangman (galgje de luxe)

te gebruiken bij:

spelling

materiaal:

computer of digitaal bord

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Als je een leuke manier zoekt om de nieuwe woorden van spelling aan te brengen, kan je dit doen met het spelletje “galgje”. De meeste versies van galgje die je vindt op het internet bieden je een aantal categorieën aan (voorbeeld: steden, zoogdieren, Europese landen …) waaruit je kan kiezen. Je kan zelf geen woorden inbrengen.
Op de website http://www.hangman.no/ is dat anders. Wanneer je naar deze website surft, kom je bij de startpagina. Daar heb je de keuze tussen ‘starten’, ‘voer code in’ en ‘woordenlijst maken’.
Wanneer je klikt op ‘starten’ krijg je de spelvorm waarbij je uit categorieën kan kiezen. (zie boven) Je kan zelf geen woorden ingeven.
Wanneer je klikt op ‘woordenlijst aanmaken’ krijg je een pagina waar je zelf je eigen woorden kan ingeven. Dit kunnen woorden zijn van de nieuwe spellingles. (voorbeeld: woorden met ei en ij, woorden uit het Engels, woorden met –lijk…)
Als je klaar bent met de woordenlijst, klik je op ‘opslaan’. Je krijgt dan een ‘speelcode’ en een ‘bewerkcode’ die bij deze woordenlijst horen.
Wil je het spel galgje spelen met je woordenlijst, geef je de speelcode op de startpagina bij ‘voer code in’. Het spel begint onmiddellijk met het eerste woord van je woordenlijst.
Heb je een fout ontdekt in je woordenlijst? Geen probleem. Voer op de startpagina je ‘bewerkcode’ in en verbeter je fout.
Veel plezier!
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

galgje

taalspel: woordenboekkampioen

te gebruiken bij:

taalschat, woordenschat

materiaal:

woordenboeken, voor elke ll. één.

tijdsduur:

30 minuten

spelverloop:

Op het bord staan de moeilijke woorden van een bepaald thema. De omschrijving van deze woorden moet worden opgezocht in het woordenboek.
De lkr. geeft telkens eerst een opdracht en wijst dan één van de woorden aan op het bord. Wie het snelst de opdracht heeft opgelost, krijgt een punt.
Nadat de opdracht is opgelost, wordt de omschrijving gelezen en op het bord genoteerd.
Opdrachten:
        *   Op welke bladzijde staat het op te zoeken woord?
        *  Welk woord staat net na het op te zoeken woord? (voor?)
         *  Welke trefwoorden staan bovenaan de bladzijde?
          *  Welk is het eerste woord op de bladzijde van het op te zoeken woord? (laatste woord?)
          *  …….
De lkr. wijst nu telkens twee woorden aan op het bord.
Opdrachten:
        *  Zoek de twee woorden op in het woordenboek, noteer de  bladzijden en maak de som van deze                       bladzijden. (verschil)
         *  Maak de som van de tientallen van de twee bladzijden.(eenheden)
          *   ……
Nadat alle woorden zijn opgezocht, kijkt de lkr wie er punten heeft verdiend. De 5 beste komen vooraan in de klas staan met een woordenboek.
De lkr zegt een op te zoeken woord. De ll. zoeken het woord zo snel mogelijk. Wie als laatste het woord heeft gevonden, gaat terug op zijn plaats zitten.
Wie blijft er over en wordt de woordenboekkampioen?
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

kampioen

 

taalspel: woordzoeker

te gebruiken bij:

spelling, Frans, taalschat, W.O.

materiaal:

digitaal bord (computer)

tijdsduur:

10-15 minuten

spelverloop:

Een woordzoeker kan je gebruiken om woorden aan te brengen of als afsluiting van de les. Een woordzoeker kan je maken op de website http://www.woordzoekers.org/
Tik de woorden die je in de woordzoeker wil plaatsen in de grote rechthoek. Plaats tussen elk woord een komma of een spatie.
Bij de rubriek “vorm en maat” kan je kiezen voor de lettergrootte, de vorm van de woordzoeker, het aantal rijen en kolommen en de taal.
Bij de rubriek “oriëntatie” kies je voor rechts/links, horizontaal/verticaal, diagonaal en de plaats van de bijhorende woordenlijst.
Klik op “woordzoeker maken”.
Deze woordzoeker  kan je afprinten en gebruiken op het digitaal bord of voor de kinderen op een werkblad zetten. De woorden die moeten gezocht worden staan in de bijhorende woordenlijst.
Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

woordzoeker

 

taalspel: raadselwoorden

te gebruiken bij:

aanbrengen woorden spelling

materiaal:

woorden op briefjes

tijdsduur:

10-15 minuten

spelverloop:

De lkr plaatst het onderwerp (of onderwerpen) van de spellingles op het bord. (bv. woorden op –isch, woorden met –ei …) Hij laat de ll. eventueel een aantal woorden met dergelijke spellingsmoeilijkheid opsommen.
De lln krijgen elk een briefje waar een woord op staat. Dit woord is één van de woorden die vandaag worden aangebracht. (met de besproken spellingsmoeilijkheid)
Elke ll. noteert in zijn kladschrift een omschrijving van zijn woord. (bv. woord is “huis” … omschrijving: gemaakt van steen, heeft een deur en ramen, je kan er in wonen) Wie wil, mag een woordenboek gebruiken.
Nadat iedereen zijn omschrijving heeft genoteerd in zijn kladschrift, begint het raadselspel. De eerste ll. leest zijn omschrijving. De overige ll. proberen het woord te raden en in hun kladschrift te noteren. Zo leest iedereen de omschrijving van zijn woord voor.
Als al de woorden zijn omschreven, worden de woorden één voor één op het bord genoteerd. De ll. kennen nu de verklaring van elk woord al.
Wie heeft de meeste woorden gevonden?

differentiatie:

– Zwakkere ll. krijgen vooraf een blaadje waarop de eerste 2 letters van elk
   woord reeds gegeven zijn.
– Zwakkere ll. krijgen vooraf een blaadje waar van elk woord het aantal letters
   reeds gegeven is. (d.m.v. puntjes)
– Zwakkere ll. krijgen een woordenboek om de gevonden woorden (die ze willen
   noteren)  op te zoeken. (juiste schrijfwijze)

VEEL PLEZIER!

Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

makkelijkeraadsels    moeilijkeraadsels

digitip taalspel: kruiswoordraadsel

te gebruiken bij:

aanbrengen woorden Nederlands of Frans

materiaal:

digitaal bord

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Vooraf maak je een kruiswoordraadsel met de woorden die je wil aanbrengen.
(Nederlandse woorden met hun verklaring, Franse woorden met hun vertaling)
Een kruiswoordraadsel kan je maken op de website http://www.woordzoekers.org/kruiswoordpuzzel-maken.html
Vul een Nederlands woord in en geef na de spatie de passende verklaring.
(bv. hond De beste vriend van de mens )
Vul een Frans woord in en geef na de spatie de passende verklaring.
(bv. garçon jongen                 fille meisje                  armoire kast)
Klik na het ingeven van de woorden op “kruiswoordpuzzel maken”. Je krijgt onmiddellijk een kruiswoordraadsel met jouw woorden en jouw omschrijvingen.
Downloaden kan niet. Je kan wel op “print screen” klikken op je toetsenbord en het kruiswoordraadsel op je digitaal bord plaatsen en opslaan. (of in paint)
Tijdens de les toon je op het digitaal bord je kruiswoordraadsel. De omschrijvingen staan op je blad, niet op het bord. Verdeel de klas in groepjes van twee of drie. Om de beurt noemt een groepje een cijfer van het kruiswoordraadsel. De lkr zegt welke omschrijving bij dit cijfer hoort. Wordth et woord niet geraden, plaatst de lkr de eerste letter van het woord. Wordt het woord geraden, krijgt de groep zoveel punten als er lege vakjes waren. (bv. groente uit de tuin     WOR…..       wortelen= 5 lege vakjes= 5 punten)
Wie heeft op het einde de meeste punten?

differentiatie:

– zwakkere krijgen het kruiswoordraadsel op papier waar de eerste letter van
   elk woord reeds gegeven is.
–  Geef bij de laatste woorden twee punten voor elk leeg vakje. (of 3)

VEEL PLEZIER!

Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

kruiswoordraadsel

taalspel: spotwoorden

te gebruiken bij:

opzoeken woorden (taal, Frans)

materiaal:

digitaal bord
woordenboeken

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De lln werken individueel. Ze hebben elk een woordenboek voor zich.
De lkr heeft vooraf een lijst van woorden op het bord geplaatst. Het bord is verduisterd. (tool spotlight is standaard bij een digitaal bord)
De ll. proberen zo snel mogelijk te achterhalen welk woord achter de spot verscholen zit.
De lkr toont de eerste letter van het eerste woord in de spot. De lln nemen hun woordenboek bij deze letter. De lkr verschuift de spot verder zodat ook de tweede letter zichtbaar is. De lln zoeken in hun woordenboek bij de trefwoorden naar de tweede letter. Op die manier toont de lkr. telkens een bijkomende letter. Hoe meer letters er zijn getoond, hoe minder woorden het kunnen zijn in het woordenboek.
De lln proberen het woord zo snel mogelijk te raden. Wanneer ze het woord raden, krijgen ze zoveel punten als het aantal letters die op dat ogenblik nog niet zichtbaar waren. (bv. Profici..   proficiat  …. twee ontbrekende letters zijn twee punten)
Wie heeft op het einde van de woordenreeks de meeste punten.

differentiatie:

– Geef twee extra punten aan wie het woord, nadat het geraden is, kan aanduiden
in zijn woordenboek.
– Toon het woord met uitzondering van de  laatste letter. Laat elke ll. een woord
zoeken in hun woordenboek. Laat het noteren in hun kladschrift. Nadien zonder
de twee laatste letters, drie laatste letters…

VEEL PLEZIER!

Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

spot

taalspel: het laatste woord

te gebruiken bij:

lessen taalschat

materiaal:

werkblad met de moeilijke woorden (bv. 21)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De ll. krijgen een werkblad waarop de nieuwe moeilijke woorden van deze les of dit thema staan. De woorden worden gelezen.
De ll. krijgen de opdracht om het laatste woord te zoeken.
Als voorbeeld nemen we 21 woorden.
De lkr toont op het bord afbeeldingen van 5 woorden. De ll. trachten te achterhalen welke woorden bij deze afbeeldingen horen en duiden ze aan op hun werkblad.
De lkr schrijft op het bord tegengestelden van 5 woorden. De ll. trachten te achterhalen welke woorden bij deze tegengestelden horen en duiden ze aan op hun werkblad.
De lkr schrijft op het bord verklaringen van 5 woorden. De ll. trachten te achterhalen welke woorden bij deze verklaringen horen en duiden ze aan op hun werkblad.
De lkr schrijft op het bord 5 zinnen. In elke zin is één woord weggelaten. De ll. trachten te achterhalen welke woorden in deze zinnen moeten worden ingevuld en duiden ze aan op hun werkblad.
Uiteindelijk blijft op het werkblad nog één woord over. Wie dit woord weet, is de winnaar.

differentiatie:

– de ll. gedurende korte tijd een woordenboek laten gebruiken.
– enkel afbeeldingen gebruiken, enkel verklaringen, enkel onvolledige zinnen,
enkel tegengestelden of een combinatie van twee of drie.

VEEL PLEZIER!

Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

Teksten_het_laatste_woord-0901

taalspel: wat ben ik?

te gebruiken bij:

aanbrengen woorden spelling

materiaal:

etiketten

tijdsduur:

10-15 minuten

spelverloop:

Schrijf vooraf elk woord van de les spelling op een apart etiket. Liefst gebruik je woorden met meerdere spellingmoeilijkheden. (bv. woorden met au en ou, woorden met ei en ij, woorden met ch ….)
Kleef bij elk kind een etiket op het voorhoofd zonder dat het kind het woord kan zien.
De kinderen mogen vrij rondlopen in de klas. Ze trachten te achterhalen welk woord op hun voorhoofd staat. Ze gaan bij een ander kind staan en stellen één vraag . De vraag wordt beantwoord en het andere kind stelt op zijn beurt één vraag. Nadat de vraag beantwoord is, moet elk kind een ander kind zoeken om de volgende vraag aan te stellen.
Wanneer het woord geraden is, kleeft het kind het etiket op de borst. Wie zijn woord geraden heeft, mag nog steeds deelnemen aan het spel door vragen te beantwoorden.
Als alle woorden geraden zijn, gaan de kinderen die woorden met eenzelfde spellingmoeilijkheid hebben, bij elkaar staan. Daarna worden de woorden op het bord gebracht en wordt besproken wat de verschillende spellingmoeilijkheden zijn.

differentiatie:

– Vinden de kinderen de woorden niet door vragen te stellen, kan je de woorden
laten uitbeelden.
– Als het spel te lang duurt, laat je de kinderen in de spiegel kijken om hun
“gespiegeld” woord te vinden.

VEEL PLEZIER!

Op zoek naar meer leuke lesideeën?  Kies aan de rechterzijde je categorie en scrollen maar!

wat ben ik