spelwerkvorm: vraag- en antwoordenslang

te gebruiken bij:

rekenen, taal, Frans, W.O., …

materiaal:

vraag- en antwoordkaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal kaartjes)

spelverloop:

Bedenk een behoorlijk aantal vragen en bijbehorende antwoorden (zie bijlage of eventueel vragen over het actuele W.O.-thema)  Zowel de vragen als de antwoorden moeten kort geformuleerd worden. Schrijf de vragen en antwoorden op kaartjes, op zo’n manier dat de vraag en het antwoord niet op hetzelfde kaartje staan. (dominovorm) Voor elke groep staat er vooraan in de klas een doos waarin alle kaartjes worden gestopt.
De klas wordt verdeeld in groepjes van 3 tot 4 leerlingen. Iedereen begint met het oplossen van oefening 1. Vooraf wordt afgesproken hoeveel kaartjes er kunnen worden verdiend bij het juist oplossen van de oefening. De leerlingen werken individueel.
Na het oplossen, wordt de oefening klassikaal verbeterd. Elke groep, waar elk groepslid de oefening juist heeft opgelost, mag het aantal kaartjes uit hun doos nemen. De leerlingen beginnen aan de volgende oefening waarbij eerst weer het aantal te verdienen kaartjes wordt afgesproken. Als al de oefeningen zijn opgelost, probeert elke groep een zo lang mogelijke vraag- en antwoordenslang te maken. De groep die de langste slang heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Geef na het individueel oplossen van een oefening één minuut extra overlegtijd om de antwoorden van elk groepslid te vergelijken en eventueel te verbeteren.
  • Duid een groepsleider aan die de oefening niet moet maken maar de overige groepsleden moet helpen bij het oplossen van de oefening.
  • Voorzie een tijdslimiet. (veel tijd voor moeilijke oefeningen, weinig tijd voor gemakkelijke oefeningen)
  • Geef leerlingen die het moeilijk vinden 1 vetokaartje (of 2,3…)dat ze kunnen afgeven om een gemaakte fout te doen verdwijnen.

    vraag- en antwoordenslang (vragen)

slangen-0007-300x300

werkvorm: spurtspel

te gebruiken bij:

taal, rekenen, Frans, W.O., …

materiaal:

bedenk vooraf 10 vragen over je lesonderwerp (20 kinderen 10 vragen, 22 kinderen 11 vragen,…)
kaartjes met antwoorden (voor elk kind 1 kaartje)

tijdsduur:

ganse les

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in twee groepen. Elke groep krijgt een envelop met kaartjes. Op de kaartjes staan antwoorden van  vragen die tijdens het verloop van de les gesteld worden. Elke groep heeft dezelfde antwoorden op de kaartjes staan, de ene groep op rode kaartjes, de andere groep op blauwe kaartjes.
In elke groep worden de kaartjes verdeeld onder de groepsleden. Ze mogen zelf bepalen wie welk kaartje neemt. Na het verdelen gaan de kinderen terug op hun plaats zitten en begint de les.
Tijdens de les stelt de leerkracht nu en dan een vraag waarvan het antwoord op een kaartje staat. De twee leerlingen (één van de rode groep en één van de blauwe groep) die het antwoord van de vraag op hun kaartje hebben staan, lopen zo snel mogelijk naar de leerkracht om dit te overhandigen. Wie eerst is, krijgt een blokje voor zijn groep. De groep die op het einde van de les de hoogste blokkentoren heeft, is de winnaar.

differentiatie:

  • Je kan tijdens de les de vragen projecteren op het digitale bord.
  • Je kan op elk kaartje de moeilijkheidsgraad van de oefening aanduiden zodat de kaartjes beter verdeeld kunnen worden volgens het niveau van de groepsleden. (*=gemakkelijk, **=middelmatig, ***=moeilijk)
  • Je kan ook een belletje gebruiken. Wie het eerst het belletje doet rinkelen, mag het antwoord geven.
  • Zonder blokjes gaat ook. Gebruik een scorebord op het bord of deel snoepjes uit in plaats van blokjes.
  • Mindere leerlingen kunnen hun gewonnen prijs (blokje, snoepje) verdubbelen.

    images

tafels oefenen: 8-letterwoordenspel

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

werkblaadjes 8-letterwoordenspel (zie bijlage)
invulrooster (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

Spelverloop:

Bij dit rekenspel kan je op een leuke manier tafels inoefenen.
De leerkracht projecteert op het bord een blad met 8 tafeloefeningen. Onder deze oefeningen staan 16 oplossingen. Bij elke oplossing staat een letter. (zie bijlage )
De kinderen lossen de oefeningen één voor één op. De letter die bij de oplossing hoort, noteren ze in het invulrooster (zie bijlage) op dezelfde plaats als de oefening.
Wanneer elke oefening is opgelost, staat in elk vakje van het invulrooster een letter. Met deze letters moeten ze een 8-letterwoord vormen. De eerste letter van het woord staat in het eerste vakje. Het woord is gevormd van links naar rechts. Wie vindt als eerste het 8-letterwoord?
Als je meerdere kaarten hebt, kan je elk kind één kaart geven met een invulrooster. Wie het woord heeft gevonden, vertelt het aan de leerkracht. Is de oplossing juist, krijgt het kind een nieuwe kaart en een nieuw invulrooster.
Kaarten met opdrachten kan je zelf maken. Je kan dan eventueel de leesrichting veranderen. (voorbeeld van onder naar boven, van rechts naar links…)
Een lijst met 8-letterwoorden vind je bij http://www.woordenraden.nl/achtletterwoorden/

tafelkaart-1920

tafelkaart-1718

tafelkaart-1516

tafelkaart-1314

tafelkaart-1112

tafelkaart-910

tafelkaart-78

tafelkaart-56

tafelkaart-34

tafelkaart-12

oplossing-tafelkaarten-1-20

tafels

 

woordenschat inoefenen met woordenduel

te gebruiken bij:

Frans, taalschat

Materiaal:

rode kaartjes met woorden (zie bijlage)
blauwe kaartjes met verklaring (vertaling) van de woorden (zie bijlage)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

Tijdens de les zijn nieuwe woorden (Franse woordenschat met vertaling, Nederlandse woorden met verklaring) aangebracht. Dit spel kan op het einde van de les worden gebruikt om deze woorden in te oefenen.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ieder krijgt een werkblad: de ene leerling een rood blad met de woorden, de ander een blauw blad met de verklaringen (vertalingen). De leerlingen knippen de kaartjes uit en maken een stapeltje. De woorden zijn genummerd. Ze worden geordend van 1 tot 20 (afhankelijk van het aantal kaartjes).
Wanneer beide leerlingen klaar zijn, begint het spel. De leerling met het rode kaartje bekijkt het woord op kaartje 1 en zegt de verklaring (vertaling) van het woord. De leerling met het blauwe kaartje controleert en zegt op zijn beurt het woord dat bij de verklaring (vertaling) op zijn kaartje 1 hoort. (voorbeeld Frans: rode kaartje 1= une fille, blauwe kaartje 1= een meisje,   voorbeeld Nederlands: rode kaartje 1=betweter, blauwe kaartje 1= wie alles beter meent te weten))
De leerling die het juiste antwoord heeft gegeven, mag zijn kaartje behouden en achter zijn stapel kaartjes steken. Wie het foute antwoord heeft gegeven, moet zijn kaartje aan zijn tegenspeler overhandigen. Daarna spelen ze verder met kaartje 2, 3, …
Wie op het einde de meeste kaartjes heeft, is de winnaar.
Na het spel kunnen de stapels kaartjes onder de spelers verwisseld worden.

woordenduel voorbeeld Frans(1)

woordenduel voorbeeld Frans(2)

meer info? ivocreemers@hotmail.com

images

woordenschat vier op een rij

te gebruiken bij:

Frans, taalschat (rekenen, W.O., …)

materiaal:

spelbord vier op een rij (zie bijlage )
rode en blauwe woordkaartjes (zie bijlage)

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Tijdens de les worden nieuwe Franse woorden en hun verklaring aangebracht. De verdere inoefening van deze woorden kan gebeuren met behulp van dit spel ‘vier op een rij’.
De leerlingen gaan per twee aan een tafel zitten. Ze krijgen een spelbord ‘vier op een rij’ (zie bijlage)  en elk een werkblad waarop alle nieuwe Franse woorden staan (zie bijlage). De eerste leerling krijgt een blauw werkblad, de tweede leerling een rood werkblad. Beide leerlingen knippen hun woordkaartjes uit. Op het spelbord staan de vertalingen van alle nieuwe Franse woorden.
De eerste leerling legt een blauw woordkaartje op de bijhorende vertaling op het spelbord. Daarna legt de tweede leerling een rood woordkaartje bij een verklaring op het spelbord. Om de beurt leggen de leerlingen een woordkaartje op het bord. Wie als eerste vier kaartjes van zijn kleur op een rij heeft, is de winnaar (horizontaal, verticaal of diagonaal).

differentiatie:

download

oefenblaadjes maaltafels met QR-code oplossing

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

oefenblaadjes tafels van vermenigvuldiging (zie bijlage)
QR-code scanner op tablet, laptop, chromebook…

tijdsduur:

5 minuten per oefenblaadje

spelverloop:

De kinderen vinden het meestal niet leuk om rijtjes oefeningen van de tafels van vermenigvuldiging op te lossen. Ook het verbeteren is een saaie bedoening.
Een leuk alternatief is het oplossen van oefenblaadjes waarbij de kinderen achteraf hun werk zelf kunnen verbeteren met bijhorende QR-code. De kinderen scannen de QR-code met de QR-code scanner op hun tablet, laptop of chromebook en krijgen onmiddellijk de oplossing van hun werkblaadje. Ze kunnen zelf aan de slag om te verbeteren.
Het maken van dergelijke oefenblaadjes met QR-code vergt wel wat werk maar de kinderen zijn zelfstandig bezig, kunnen meer oefeningen maken en ze vinden het heel plezant. Veel plezier!

maaltafels 1

maaltafels 2

maaltafels 3

maaltafels 4

maaltafels 5

maaltafels 6

maaltafels 7

maaltafels 8

maaltafels 9

maaltafels 10

 

actieve werkvorm: schattenjacht

te gebruiken bij:

herhalingsoefeningen taal of rekenen
materiaal:
kaartjes met oefeningen

tijdsduur:

30 minuten

spelverloop:

De lk. neemt fotokopieën van de oefeningen die moeten gemaakt worden. (zoveel als er ll. in de klas zijn) De oefeningen worden verknipt en bij elkaar gelegd, nummer bij nummer. Als er 10 oefeningen zijn, worden de oefeningen 2 tot en met 10 op verschillende plaatsen verstopt. (niet in de klas, wel in de gang of in aangrenzende lokalen)
Bij het begin van de les krijgt elke ll. oefening 1 op een kaartje. Ze lossen deze oefening individueel op.
Wanneer ze klaar zijn met oefening 1, tonen ze de oplossing aan de lkr. De lkr verbetert. Is de oplossing juist, toont de lkr. de plaats waar oefening 2 te vinden is. (plaats staat op een briefje geschreven dat de lkr. aan de ll. toont) Is de oplossing fout, gaat de ll. terug naar zijn plaats om de fout te verbeteren.
Op deze manier proberen de ll. al de verstopte oefeningen te vinden en op te lossen.
Wanneer een ll. de 10° oefening heeft opgelost en de oplossing is juist , toont de lkr. een 11° locatie op zijn briefje. Daar vindt de ll. een beloning. (snoepje, sticker…)

differentiatie:

– De oefeningen per twee oplossen waarbij een betere leerling met een zwakkere
   leerling een groepje vormt.
– Kinderen die veel fouten maken hulpmiddelen aanreiken. (onthoudboek laten
   gebruiken, hulp aan buur vragen…)
– Leerlingen die zwakker zijn voor rekenen, minder oefeningen geven. (van
   oefening 1 naar locatie 3, dan 5, 7 …)

schatkist-9075

Lesidee: centurion

te gebruiken bij:

taal, rekenen, herhalingsoefeningen

materiaal:

dobbelsteen

tijdsduur:

15 tot 30 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

De kinderen krijgen een aantal oefeningen om op te lossen. Nadat een oefening is opgelost, laten ze deze door de leerkracht verbeteren. Als de oefening juist is opgelost, mag de leerling werpen met de dobbelsteen. De leerkracht schrijft het cijfer op een papiertje, dat de leerling meeneemt naar zijn tafel. De leerling begint aan de volgende oefening.
Met al de cijfers die de leerling verzamelt, probeert hij/zij zo snel mogelijk 100 te behalen. Alle bewerkingen mogen worden gebruikt: vermenigvuldigen, optellen, aftrekken, delen. Elk gewonnen cijfer mag maar 1x gebruikt worden.
De leerling die als eerste 100 heeft behaald, is de winnaar. (of de leerling die na een bepaalde tijd het kortst bij de 100 is geraakt) Hij/zij is de centurion. (Romeins soldaat die de baas was over 100 soldaten)

differentiatie:

  • gebruik blanco dobbelstenen waar je ook hogere cijfers op kan schrijven. (cijfers 7,8,9 …)
  • beperk de bewerkingen (voorbeeld enkel optellen en vermenigvuldigen)
  • laat zwakkere rekenaars twee maal gooien met de dobbelsteen bij elke juiste oefening.
  • laat zwakkere rekenaars hun zakrekenmachine gebruiken.
  • Verhoog het getal van 100 naar 150, 200 …

9f582321b59ad3c778b7e21f93c553aa--roman-centurion-roman-legion

spelwerkvorm: hoge ogen

te gebruiken bij:

taal, rekenen, herhalingsoefeningen, Frans, spelling…

materiaal:

strookje met drie vakjes (zie bijlage)
dobbelsteen

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal ogen)

spelverloop:

De leerlingen krijgen een aantal oefeningen om op te lossen, minstens 3. Op hun tafel ligt een strookje met drie vakjes.
De leerlingen beginnen met het oplossen van de oefeningen. Ze mogen vrij kiezen in welke volgorde ze de oefeningen oplossen. Nadat een oefening is opgelost, tonen ze de oplossing aan de leerkracht. Als de oplossing juist is, mag hij/zij met de dobbelsteen gooien. Het gegooide cijfer wordt door de leerkracht op het strookje ingevuld. De leerling bepaalt zelf waar het cijfer moet worden ingevuld (eerste vakje, middelste vakje, laatste vakje). Als de oplossing fout is, mag de leerling niet met de dobbelsteen gooien. De leerlingen proberen drie oefeningen juist op te lossen zodat ze drie cijfers op hun strookje hebben staan. Wie heeft het grootste getal?
Zijn er meerdere oefeningen dan mogen de leerlingen na het eerste ingevulde strookje beginnen aan een tweede strookje.

differentiatie:

Leerlingen die de oefeningen moeilijk vinden kan je:
  • twee maal laten gooien met de dobbelsteen zodat ze steeds twee cijfers kunnen invullen op hun strookje.
  • Het eerst gegooide cijfer op de achterzijde van het strookje schrijven om het nadien bij het verdienen van het tweede cijfer een plaats te geven.
  • Hulpmiddelen geven bij het oplossen van de oefeningen (zakrekenmachine, tafelkaart, woordenboek,…)

    kaartje 3 cijfers ‘hoge ogen’

  • meer info: ivocreemers@hotmail.com

images

muziekbingo

 

te gebruiken bij:

muzische opvoeding, muziek

materiaal:

liedjes verschillende muziekgenres (zie lijst bijlage)
bingokaarten (zie bijlage)
infokaarten muziekgenres (zie bijlage)
samenvattend werkblad (zie bijlage)

tijdsduur:

30 minuten

lesverloop:

De leerkracht laat alle verschillende muziekgenres één voor één beluisteren (11 in het totaal).  Tegelijkertijd wordt de infokaart (zie bijlage) van het beluisterde muziekgenre getoond op het bord. De info wordt gelezen en verduidelijkt.
Nadat alle muziekgenres zijn besproken en beluisterd, wordt het samenvattende werkblad ingevuld (zie bijlage). Hier wordt elk muziekgenre kort omschreven. Op die manier krijgen de kinderen een kort omschreven overzicht van alle besproken muziekgenres.
De kinderen krijgen nu elk een bingokaart (zie bijlage). Op deze kaart staan de namen van 7 eerder besproken muziekgenres. Elk kind heeft op zijn bingokaart andere muziekgenres. De leerkracht laat willekeurig een liedje horen uit de lijst van liedjes (zie liedjeslijst bijlage). Elk kind dat het gespeelde muziekgenre op zijn bingokaart heeft staan, duidt dit aan met een kruisje. Ze mogen hierbij hun eerder ingevulde werkblad gebruiken om de juiste naam van het muziekgenre te kunnen achterhalen. Wie als eerste alle muziekgenres op zijn kaart heeft kunnen aankruisen, is de winnaar.
(bron: muziekpaleis)

lijst_met_liedjes

muziekbingo

muziekfiches

werkblad

meer info: ivocreemers@hotmail.com

muziek_bingo_logo_131x147_adaptiveResize

 

spelwerkvorm: cijfercluedo

te gebruiken bij:

taal, rekenen, Frans, W.O., …

materiaal:

kleine blaadjes

tijdsduur:

25 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

De klas wordt verdeeld in groepjes van 3 tot 4 kinderen. Ze gaan samen zitten aan een tafel. Ze kiezen samen een getal tussen 1 en 100 en schrijven dat op een blaadje dat ze omgekeerd in het midden van de tafel leggen.
De leerkracht geeft de eerste opdracht. Dit kan een vraag zijn, een rijtje sommen, een invuloefening of een schrijfopdracht (taal, rekenen, Frans, W.O.). Deze opdracht wordt in elke groep samen opgelost. Ze helpen elkaar om de oplossing te vinden en noteren deze dan in hun werkschrift of op hun werkblaadje. De opdracht wordt, na het verstrijken van de tijd, klassikaal besproken en opgelost.
Elke groep die het juiste antwoord van opdracht 1 heeft gegeven, mag een vraag stellen aan een willekeurige andere groep. De vraag moet beantwoord worden met ja of nee. (voorbeeld: Is het cijfer een even getal? Is het deelbaar door 5? Ligt het cijfer tussen 30 en 40? …) Ze luisteren ook naar de vragen en de antwoorden van de andere groepen. De groep die het cijfer van een andere groep weet, mag pas antwoorden als ze aan de beurt is. Op die manier proberen ze het cijfer van een groep te weten te komen.
Zo worden alle opdrachten opgelost. Is het cijfer van een groep geraden, wordt het blaadje met het cijfer afgegeven aan die groep. De groep die op het einde de meeste kaartjes heeft, wint.

differentiatie:

  • Zorg voor heterogene groepen (een sterke leerling die een zwakke en een middelmatige leerling op sleeptouw neemt)
  • Maak het moeilijker door een getal tussen 1 en 1000 te kiezen.
  • Je kan een groep koppelen aan een andere groep. Alleen van die groep moet het cijfer gezocht worden. (voorbeeld: groep 1 zoekt het cijfer van groep 2 en omgekeerd, groep 3 van 4 en omgekeerd, …)
    images

    meer info: ivocreemers@hotmail.com

werkvorm: zoek en plak

te gebruiken bij:

oefeningen taal of Frans

materiaal:

oplossingen van de te maken oefeningen
lijm en schaar

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De lln werken per twee. Ze gebruiken één werkboek waarin de oefeningen staan die ze moeten oplossen.
De lkr. heeft voor elk groepje een kopie gemaakt van de oplossingen van de oefeningen. De oplossing van elke oefening staat op een strookje.
De lkr gooit de strookjes met oplossingen op de vloer in de gang.
Op het signaal van de lkr. beginnen de duo’s met het oplossen van de oefeningen. Eén ll. van elk groepje mag naar de gang gaan en een strookje nemen. De ll. brengt het strookje naar zijn tafel en  probeert met zijn partner  te achterhalen van welke oefening dit de oplossing is. Ze knippen de oplossing in het juiste formaat en kleven ze bij de juiste oefening.
Sommige groepjes lezen misschien eerst de opdracht en gaan dan gericht zoeken naar het passende strookje in de gang.
Na 15 minuten wordt het spel stopgezet. Wie heeft de meeste juiste oplossingen opgekleefd?

differentiatie:

– verplicht de ll. om afwisselend naar de gang te gaan.
– verplicht de ll om eerst oefening 1 op te lossen, daarna oefening 2 ….

6317749809ebea08604d422631eaf1b6

meer info: ivocreemers@hotmail.com

schrijfopdracht: storybird

te gebruiken bij:

stelopdrachten
digitale prentenboeken (zie voorbeeld in bijlage)

materiaal:/

tijdsduur:

50 minuten

spelverloop:

Storybird is een programma dat je kan gebruiken als stelopdracht. Het bevat heel wat illustraties die gekoppeld kunnen worden tot een verhaal. Je vertrekt vanuit de illustraties en schrijft daar een passend verhaal bij.
Surf naar de website https://storybird.com en meld je aan met je mailadres en je wachtwoord. Op de beginpagina klik je bovenaan op ‘create’. Je krijgt een overzicht van alle tekeningen waaruit je kan kiezen. Klik op je favoriete tekening. Op de pagina die volgt klik je op ‘use this art’. Hier moet je een keuze maken: ‘longform book’ bestaande uit meerdere hoofdstukken, ‘picture book’ bestaande uit meerdere pagina’s of ‘poem’ bestaande uit 1 pagina. Kies voor ‘picture book’.
Je krijgt nu een aantal tekeningen waaruit je kan kiezen om een verhaal te maken. Kies er twee of meerdere uit. Bij elke tekening schrijf je een deel van het verhaal. Ben je tevreden over je schrijfwerk bij de eerste tekening dan klik je op ‘PrtSc’ op je toetsenbord (=print screen). Nu is er een foto gemaakt van je scherm. Ga naar het programma ‘paint’ en klik op ‘plakken’. Selecteer je tekening en tekst en kopieer. Ga naar ‘Word’ en plak je tekening en tekst. Op die manier kan je twee tekeningen en bijhorende teksten plakken op één blad in Word. Gebruik je drie of meer tekeningen dan heb je meerdere pagina’s nodig.
Nog even een titel bedenken en je verhaal is klaar. Het resultaat is prachtig.

Het ondeugende egeltje

download

meer info: ivocreemers@hotmail.com

paperclippen

te gebruiken bij:

taal, rekenen, Frans, W.O., ….

materiaal:

paperclips

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

De vloer van de klas (en eventueel de gang) ligt bezaaid met paperclips. Het is de bedoeling om zo veel mogelijk paperclips te verzamelen om een zo lang mogelijke paperclipketting te maken.
De leerlingen beginnen met het oplossen van de eerste oefening (taal, rekenen, Frans, W.O., …). Na het oplossen wordt de oefening verbeterd op het bord. Elke leerling die de oefening juist heeft opgelost, geeft recht op een seconde opraaptijd (voorbeeld 14 leerlingen hebben de oefening juist opgelost = 14 seconden opraaptijd).
Met het programma ‘groepjesmaker’ (http://www.leermiddelenportaal.nl/schoolborden/programma-839.html) worden de leerlingen in duo’s verdeeld. Op het signaal van de leerkracht start de tijd die ze hebben verdiend met oefening 1. De tijd wordt getoond op het bord. De duo’s zoeken mekaar, geven een hand en beginnen met het oprapen van paperclips. Slechts één leerling van elk duo mag rapen. Oprapen mag enkel als je je partner bij de hand hebt. Als de tijd verstreken is, lopen de leerlingen terug naar hun plaats. Wie als laatste zit, verliest zijn verzamelde paperclips. Elk duo verdeelt de verzamelde paperclips, elk de helft. Ze gaan terug op hun plaats zitten en stoppen hun verzamelde paperclips in hun pennenzak.
Op deze manier worden al de oefeningen opgelost. Telkens worden nieuwe duo’s gemaakt.
Nadat alle oefeningen zijn opgelost, worden nog 1x nieuwe duo’s gevormd. De twee leerlingen gaan samen zitten, leggen hun verzamelde paperclips bij elkaar en maken ze aan elkaar tot een ketting. Het duo dat de langste ketting heeft, is de winnaar.

differentiatie:

Leerlingen die het moeilijk vinden kan je een foutenmarge geven (ook bij 1 fout  hebben ze een seconde opraaptijd verdiend).

download

meer info: ivocreemers@hotmail.com

spelwerkvorm: 100 meer of minder

te gebruiken bij:

taal, rekenen, Frans, W.O. …

materiaal:

drie dobbelstenen (liefst verschillend van kleur)
of twee blanco dobbelstenen en een gewone dobbelsteen

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal oefeningen)

spelverloop:

Deze spelvorm kan je het best gebruiken wanneer de leerlingen meerdere oefeningen (rijtjes oefeningen of vraagstukken) moeten oplossen. Iedereen krijgt een kaartje waarop het cijfer 100 staat.
De leerlingen beginnen met het oplossen van oefening 1. Als ze deze hebben opgelost, tonen ze deze aan de leerkracht.
  • Als de oefening juist is opgelost, moet de leerling met de groene dobbelsteen gooien. Gooit hij/zij 1,2 of 3 wordt er opgeteld, gooit hij/zij 4,5 of 6 wordt er vermenigvuldigd. De leerling gooit ook met de witte dobbelsteen. Het cijfer dat op de witte dobbelsteen verschijnt, is het cijfer dat wordt opgeteld of vermenigvuldigd. (voorbeeld 1: groen 3, wit 6 = +6, voorbeeld 2: groen 5, wit 2 = x2) De leerkracht voert de bewerking uit en noteert dat cijfer op het kaartje in plaats van de 100. (voorbeeld 1: 106, voorbeeld 2: 200)
  • Als de oefening fout is opgelost, moet de leerling met de rode dobbelsteen gooien. Gooit hij/zij 1,2 of 3 wordt er afgetrokken, gooit hij/zij 4,5 of 6 wordt er gedeeld. De leerling gooit ook met de witte dobbelsteen. Het cijfer dat op de witte dobbelsteen verschijnt, is het cijfer dat wordt opgeteld of vermenigvuldigd. (voorbeeld 1: rood 3, wit 6 = -6, voorbeeld 2: groen 5, wit 2 = :2) De leerkracht voert de bewerking uit en noteert dat cijfer op het kaartje in plaats van de 100. (voorbeeld 1: 94, voorbeeld 2: 50)
In plaats van een groene en rode dobbelsteen, kan je ook blanco dobbelstenen gebruiken, waar je de bewerkingen (+ en x op de ene dobbelsteen, – en : op de andere dobbelsteen) op noteert.
Wie op het einde het hoogste cijfer op zijn kaartje heeft staan, is de winnaar.
differentiatie: Kinderen met moeilijkheden geef je een foutenmarge (mag 1,2 of 3 fouten maken en toch met de groene dobbelsteen gooien)

interactieve quiz maken met kahoot

te gebruiken bij:

wereldoriëntatie, Frans, taal, rekenen ….

materiaal:

1 laptop, tablet of chromebook per kind (of per twee)

tijdsduur:

20 minuten (afhankelijk van het aantal vragen)

spelverloop:

Een quiz van kahoot is gemakkelijk te maken, interactief, spannend … de ideale afsluiter van een les.
Om een quiz te maken surf je naar https://create.kahoot.it. Je krijgt onmiddellijk het scherm om je aan te melden. Dit kan je met je mailadres en je wachtwoord. Heb je nog geen account, dan kan je dat eerst doen via de knop ‘get my free account’. Na het aanmelden krijg je een overzicht van publieke kahoots waaruit je kan kiezen. Wil je zelf een kahoot maken klik je bovenaan op ‘new K’ en daarna op ‘quiz’. Kies een titel voor je quiz (title) en omschrijf het onderwerp (description). Duid aan: visible to… everyone, language … Nederlands, audience… school. Je kan ook een introductievideo toevoegen voor bij het begin van de quiz of een foto uploaden voor je titelscherm. Klik op ‘ok go’, daarna op ‘add question’. Je krijgt een scherm waar je de eerste vraag van je kwis kan maken. Schrijf bovenaan de vraag en geef vier mogelijke antwoorden. Illustreer met een foto of een video. Geef een tijdslimiet op en duid aan of punten moeten worden toegekend. Vergeet niet het juiste antwoord aan te vinken. Ben je klaar klik je op ‘next’. Je kan nu de volgende vraag maken. Ben je klaar met het maken van al de vragen, klik je op ‘save’. Je vindt je quiz op de beginpagina bij ‘my kahoots’.
Om de quiz te spelen surfen de kinderen op hun tablet, laptop of chromebook naar https://kahoot.it/#/ . De leerkracht klikt bij ‘my kahoots’ op ‘play’ bij de te spelen quiz. Duid op het volgende scherm ‘classic’ aan. Op het scherm van het digitale bord verschijnt de game code van de quiz. Deze code vullen de kinderen, samen met hun naam,  in op hun tablet, laptop of chromebook. De spelers verschijnen op het bord. De quiz kan beginnen door op ‘start’ te klikken. Na elke vraag verschijnt er een scorebord. Na de laatste vraag is de winnaar bekend.
Veel plezier.

a5bc8ebe-f0bb-44cd-bf0c-c12bc44c8260

meer info: ivocreemers@hotmail.com

tafels oefenen met tafelvierkantjes

te gebruiken bij:

tafels van vermenigvuldiging

materiaal:

werkblad tafelvierkantje (zie bijlage)
2 dobbelstenen
(of blanco dobbelstenen voor de tafels van 7,8 en 9)
viltstiften of kleurpotloden (voor elke speler een andere kleur)

tijdsduur:

15 minuten

spelverloop:

De kinderen werken in groepjes van 2,3 of 4. Op tafel ligt het werkblad met het tafelvierkant. Elke speler heeft een viltstift in een andere kleur.
De eerste speler gooit met de twee dobbelstenen en maakt de vermenigvuldiging. Hij/zij zoekt de oplossing op het tafelvierkant en kleurt één zijde van het vakje in zijn/haar kleur. Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Wanneer een speler de vierde zijde van een vierkantje heeft kunnen aanstrepen, mag hij/zij het vierkantje inkleuren met zijn kleur. Wie op het einde de meeste vierkantjes heeft kunnen inkleuren, wint het spel.
12
Voorbeeld: De speler met de kleur blauw gooit een 6 en een 5. Hij zoekt in het speelveld naar een vierkant met het getal 30 en zet op één van deze zijden een streep in zijn kleur. Deze streep maakt het vierkant compleet. Hij mag het vakje nu in zijn kleur inkleuren.
Differentiatie: Voor de grotere tafels (7,8 en 9) kan je blanco dobbelstenen gebruiken waar je ook de 7,8 en 9 op noteert. Het werkblad dient dan wel aangepast te worden.

Tafelvierkantjes

th

meer info: ivocreemers@hotmail.com

presentatie met animatie: ‘powtoon’

te gebruiken bij:

ouderavonden, openschooldagen, wereldoriëntatie, …

materiaal: /

tijdsduur:

opbouw presentatie: 30 minuten
tonen presentatie: 2 tot 3 minuten

spelverloop:

‘Powtoon’ is moderner en leuker  dan de klassieke ‘powerpoint’. Het bevat heel wat animaties en brengt beweging en variatie in je voorstelling. Het is bovendien gratis.
Surf naar https://www.powtoon.com.  Na het registreren kan je aanmelden met je mailadres en wachtwoord.  Op de beginpagina kies je voor ‘start from scratch’. Je krijgt onmiddellijk je eerste slide. Aan de rechterzijde kies je een ‘layout’ en een ‘background’. Alle items die je in je gekozen layout vindt, kan je veranderen (swap), verplaatsen (A-B) of kleuren (pallet). Ook kan je elke animatie laten herhalen (icoon balletje) of omkeren (flip). Als je de ‘timeline’ aanklikt kan je elke animatie verplaatsen in tijd, vooruit of achteruit.
Elke tekst kan je aanpassen (vergroten, verkleinen, lettertype, kleur). Met het icoontje ‘fx’ kan je effect aan je tekst geven (letter voor letter, een hand die schrijft, botsende letters …).
Door te klikken op ‘charctrs’ kan je figuurtjes toevoegen die verschillende emoties tonen, ‘objects’ geeft je bewegende voorwerpen en bij ‘images’ kan je je eigen afbeeldingen toevoegen. Voor je aan een volgende slide begint kan je het resultaat even bekijken door links beneden op het startknopje te drukken.
Heb je alle slides klaar, kan je muziek toevoegen (rechterzijde ‘sound’). Hier heb je de keuze uit heel wat muziekjes (klik op ‘soundtrack’) die je vooraf eerst kan beluisteren. Toevoegen door op ‘apply’ te klikken. Je hele presentatie kan je bekijken en beluisteren door bovenaan op het oog te klikken. Ben je tevreden, geef dan een titel en klik op ‘save’. Ook kan je het filmpje onmiddellijk op ‘you tube’ plaatsen of downloaden als ‘ppt’ door op de knop ‘export’ te klikken.
Wil je een voorbeeld? Surf naar https://www.youtube.com/watch?v=SeqAWVE5E2s

download

meer info: ivocreemers@hotmail.com

kennismaking: vragenspel

te gebruiken bij:

kennismaking

materiaal:

strookjes met vragen (voor elke leerling één vraag). (zie bijlage)
Leerlingenlijst, voor elke leerling één.
Naamkaartjes van de leerlingen

tijdsduur:

20 minuten

spelverloop:

Elke leerling krijgt een strookje waarop een vraag staat. (Hoeveel jaar ben jij? Wat is je hobby? Waar ben je op vakantie geweest? …) De leerlingen wandelen nu vrij rond in de klas en stellen hun vraag aan zo veel mogelijk kinderen. Het antwoord noteren ze op hun leerlingenlijst bij de ondervraagde leerling.
Na een bepaalde tijd gaan de leerlingen terug op hun stoel zitten. Ze krijgen van de leerkracht een naamkaartje van een leerling van de klas. Het is de bedoeling om over deze leerling zo veel mogelijk informatie te verzamelen. De leerlingen wandelen weer vrij rond in de klas. Elke leerling vraagt aan een passerende leerling of die informatie over de leerling op het naamkaartje heeft genoteerd in de vorige ronde. De informatie die ze op verzamelen, noteren de leerlingen op de achterzijde van de leerlingenlijst.
Op het einde van het spel komt elke leerling de informatie die hij/zij heeft verzameld, voorlezen voor de klas. De overige leerlingen raden over welke leerling dat het gaat.

vragen kennismakingsspel

kinderen

meer info: ivocreemers@hotmail.com

flipping the classroom

te gebruiken bij:
rekenen
materiaal:
werkblad (zie bijlage)
instructiefilmpjes “zo gezegd, zo gerekend”
tijdsduur:
15 minuten
Uitleg:
“Flipping the classroom” is een werkvorm waarbij de schoolsituatie en de thuissituatie worden omgewisseld. De ll. leren thuis de leerstof aan de hand van een instructiefilmpje en in de klas wordt deze leerstof verwerkt.
De ll. krijgen één of meerdere dagen voor de les een werkblaadje waarop wordt uitgelegd wat “flipping the classroom” is, waar het adres van een filmpje vermeld staat en waar één of twee oefeningen over het onderwerp staan.
De lln krijgen ruim de tijd om dit filmpje thuis te bekijken, wanneer ze willen, hoe vaak ze willen. Als ze denken de aangebrachte leerstof onder de knie te hebben, lossen ze de oefeningen op het werkblaadje op. (één of twee oefeningen die de basiskennis toetsen) (zie voorbeeld bijlage)
Op de dag van de les kan de lkr. het filmpje nogmaals klassikaal laten zien (indien dit nodig is), de ll. kunnen vragen stellen en de opdrachten op het werkblaadje worden klassikaal besproken. Dit alles duurt ongeveer 10 minuten.
Nadien lossen de ll. de oefeningen over het onderwerp zelfstandig op in hun werkboekje of op hun werkblaadjes.
De lkr. kan zich dan bezighouden met de zwakke rekenaars door individuele ondersteuning of door het opnieuw te laten bekijken van het filmpje. Sterke rekenaars krijgen uitbreidingsoefeningen.
Filmpjes over rekenlessen vind je op https://www.youtube.com. Wanneer je “zo gezegd, zo gerekend” typt in de zoekbalk, krijg je een hele reeks filmpjes te zien die bruikbaar zijn. Let op: niet alle filmpjes zijn bruikbaar omdat ze niet aansluiten bij de rekenmethode die je gebruikt.
Je kan ook zelf filmpjes maken! (zie op deze blog “instructiefilmpjes maken”)

Romeinse cijfers

hoeken meten en tekenen

sjabloon flipping the classroom

meer info: ivocreemers@hotmail.com

download